Nieuws

Bijzondere zorgplicht bank bij verlenen hypothecair krediet in periode 1999-2003

22 juni 2017

De Stichting gedupeerden overwaardeconstructie W&P, hierna: ‘de Stichting’, behartigt de belangen van voormalige klanten van A B.V., die schade hebben ondervonden van de door A B.V. geadviseerde financiële constructies. De Stichting heeft de vorderingen van 171 van deze klanten aan zich laten cederen. A. B.V. hield zich bezig met het verlenen van bemiddeling bij het tot stand komen van verzekerings- en financieringsovereenkomsten en het verstrekken van pensioenadviezen. A. B.V. is op 20 januari 2009 failliet verklaard. Bij brief van 6 mei 2009 heeft de Stichting SNS Bank bericht dat een aantal van de ‘financiële plannen’ van A B.V. voor de cliënten van de Stichting, door de SNS Bank is gefinancierd. De Stichting heeft SNS Bank gesommeerd om over te gaan tot vergoeding van de door haar cliënten geleden schade. SNS bank heeft aansprakelijkheid afgewezen. De Stichting is tot dagvaarden overgegaan en vordert in dit geding verklaringen voor recht die ertoe strekken dat SNS bank heeft gehandeld in strijd met de op haar rustende zorgplichten en veroordeling van SNS bank tot vergoeding van de schade, nader op te maken bij staat.

De rechtbank heeft de vorderingen afgewezen. Het hof heeft het vonnis van de rechtbank vernietigd en de vorderingen jegens een aantal in het dictum van zijn arrest met name genoemde betrokkenen toegewezen. Het eerste onderdeel van het cassatiemiddel klaagt over het oordeel van het hof dat SNS bank ten tijde van het verstrekken van de hypothecaire geldleningen gehouden was om ter voorkoming van overkreditering een inkomens- en vermogenstoets uit te voeren. Een dergelijke verplichting bestond destijds niet, aldus het onderdeel.

De Hoge Raad overweegt dat bij de beoordeling van deze klachten tot uitgangspunt dient dat de hypothecaire leningen in dit geval zijn verstrekt in de periode 1999-2003. In deze periode bestond nog geen specifieke regelgeving ter voorkoming van overkreditering van de consument bij hypothecair krediet. Onderzocht moet dan ook worden of hypothecair kredietverleners naar ongeschreven recht destijds gehouden waren te waken tegen overkreditering van consumenten. De Hoge Raad meent van wel en oordeelt dat de bijzondere zorgplicht van de bank, ook in de periode 1999-2003, meebracht dat zij voorafgaand aan het verlenen van hypothecair krediet aan een consument inlichtingen diende in te winnen over diens inkomens- en vermogenspositie teneinde overkreditering van de consument te voorkomen.

De zorgplicht van de bank om te waken tegen overkreditering bracht verder mee dat de bank de consument over de resultaten van haar onderzoek diende te informeren op een zodanige wijze dat de consument kon beoordelen of hij de verplichtingen uit de kredietovereenkomst zou kunnen (blijven) dragen. Verder diende de bank de consument voor wie de kredietverstrekking mogelijk niet verantwoord was, daarop te wijzen, en hem voor het daaraan verbonden risico te waarschuwen.

De zorgplicht van de bank strekte in de bewuste periode echter in beginsel niet zover dat zij met het oog op de belangen van de consument het verstrekken van het hypothecaire krediet in een geval van (dreigende) niet-verantwoorde kredietverstrekking behoorde te weigeren indien de consument – na door de bank op de hiervoor omschreven wijze adequaat te zijn voorgelicht of gewaarschuwd – ervoor koos de hypothecaire lening (toch) aan te gaan.

Arno Fuijkschot
Snijders Advocaten

Bron: Smartnewz 19 juni 2017
Uitspraak

Bijzondere zorgplicht bank bij verlenen hypothecair krediet in periode 1999-2003

Nieuws - Archief