Nieuws

Schending zorgplicht accountants Deloitte jegens derde

13 juni 2017

DLL houdt zich bezig met factoring. Op basis van drie factoringovereenkomsten heeft zij krediet verstrekt aan haar cliënt X. Cliënt X heeft in oktober 2009 ook overeenkomsten gesloten met Deloitte waarbij Deloitte o.a. zorg zou dragen voor de administratie, het produceren van de jaarrekening, het debiteurenbeheer en het aan DLL ter beschikking stellen van debiteurengegevens. Een RA-accountant en AA-accountant hebben deze werkzaamheden namens Deloitte uitgevoerd. Vanaf maart 2010 hebben de FIOD en ECD een strafrechtelijk onderzoek uitgevoerd naar mogelijk strafbare feiten verricht door cliënt X, diens bestuurder en aandeelhouder, de RA-accountant en de AA-accountant. In dit onderzoek is onder andere vast komen te staan dat de bestuurder en aandeelhouder fraude heeft gepleegd door omzet te fingeren en als gevolg daarvan krediet van DLL te ontvangen waarop cliënt X geen aanspraak kon maken. De bestuurder en aandeelhouder realiseerde dit door valse facturen op te maken die gericht waren aan fictieve afnemers. Op 15 september 2010 heeft DLL de factoringovereenkomst met cliënt X opgezegd. Op 1 november 2010 heeft Deloitte de samenwerking met cliënt X opgezegd. Op 2 november 2010 is cliënt X failliet verklaard. Op 14 september 2012 heeft het OM een tuchtklacht ingediend tegen de RA-accountant. De accountantskamer heeft deze klacht gegrond verklaard en aan de RA-accountant de maatregel van berisping opgelegd. AIG is de verzekeraar van DLL en heeft in verband met het aan cliënt X verstrekte en niet door deze terugbetaalde krediet een uitkering aan DLL gedaan.

DLL en AIG (als gesubrogeerd verzekeraar) verwijten Deloitte, de RA-accountant en de AA-accountant schending van hun zorgplicht en zij vorderen schadevergoeding. In de visie van DLL zijn de accountants onvoldoende oplettend geweest bij de uitvoering van hun taken voor cliënt X , waardoor zij de gepleegde fraude hebben gefaciliteerd. Dit heeft ertoe geleid dat DLL krediet heeft vrijgegeven aan cliënt X , dat onverhaalbaar is gebleken. De uit de factoringovereenkomsten voortvloeiende verpanding aan DLL van de vorderingen op afnemers van cliënt X bieden daartoe geen soelaas, nu die vorderingen zijn gefingeerd. De schade bestaat dus uit het door cliënt X opgenomen en niet terugbetaalde krediet.

De rechtbank stelt voorop dat de verwijten die DLL aan (de accountants van) Deloitte maakt grotendeels betrekking hebben op andere dan wettelijke taken van een accountant. Het onderscheid tussen een wettelijke en een niet-wettelijke taak kan van betekenis zijn voor het antwoord op de vraag of op Deloitte jegens DLL (als derde) een zorgplicht rustte en, zo ja, of zij die zorgplicht heeft verzaakt. Voor zover het gaat om de uitvoering van een wettelijke taak geldt dat op Deloitte zonder meer een zorgplicht jegens een derde als DLL rustte. Voor een niet-wettelijke taak geldt dat in beginsel slechts jegens de opdrachtgever een zorgplicht bestaat. Onder omstandigheden kan echter ook bij de uitoefening van niet-wettelijke taken sprake zijn van een zorgplicht jegens derden.

De rechtbank bespreekt uitgebreid alle door DLL aan (de accountants van) Deloitte gemaakte verwijten en komt uiteindelijk tot het oordeel dat er sprake is van onrechtmatig handelen van de RA-accountant in het kader van debiteurenconfirmaties, in het kader van een inbrengverklaring en in het kader van het betrachten van onvoldoende kritische distantie. Voor deze laatste onrechtmatige daad wordt ook de AA-accountant aansprakelijk gehouden. Het nalaten van de accountants wordt aan Deloitte toegerekend.
Voor een nader debat over het causaal verband, de schade en het beroep van Deloitte op eigen schuld aan de zijde van DLL wordt de zaak verwezen naar de rol voor een conclusiewisseling. Iedere beslissing wordt aangehouden.

Arno Fuijkschot
Snijders Advocaten

Uitspraak
Bron: SmartNewz 12 juni 2017

Schending zorgplicht accountants Deloitte jegens derde

Nieuws - Archief