073 720 02 00

Derde handelt niet onrechtmatig door overname en voortzetting bouwproject zonder passende vergoeding

Gepubliceerd op 1 mei 2017 Bijgewerkt op 19 juli 2019

Appellant heeft in de periode 2006-2012 geldleningen verstrekt aan BUVA B.V. en diens aandeelhouder voor de ontwikkeling van onder meer een vakantiepark met eengezins- en vakantiewoningen in Mistelgau-Bayreuth (Duitsland). De statutair directeur van BUVA B.V. is een zoon van de aandeelhouder van BUVA B.V.. Op 16 december 2009 heeft de statutair directeur van BUVA B.V. een overeenkomst tussen BUVA B.V. en diens aandeelhouder, mede ondertekend. In die overeenkomst wordt door appellant een bedrag van € 30.000,- ter leen verstrekt aan de aandeelhouder van BUVA B.V.. In die overeenkomst is verder bepaald dat alle geleende betalingen aan de aandeelhouder en statutaire directeur van BUVA B.V. terugbetaald zullen worden voor 1 maart 2010 en dat zowel de aandeelhouder als de directeur van BUVA B.V. hiervoor privé en zakelijk garant staan. Op 23 mei 2012 is door de statutair directeur van BUVA B.V. en de Duitse advocaat van BUVA B.V.. Feriendorf GmbH opgericht. BUVA B.V. en diens aandeelhouder zijn in 2014 in staat van faillissement verklaard. Feriendorf GmbH heeft het project voornoemd te Mistelgau-Bayreuth, uiteindelijk ‘overgenomen’ en tot uitvoering gebracht. In eerste aanleg heeft appellant BUVA B.V., diens aandeelhouder, diens statutair directeur en Feriendorf GmbH in rechte betrokken.

Van de eerste drie vorderde appellant een hoofdelijke veroordeling tot terugbetaling van de ter leen verstrekte gelden. Deze vorderingen zijn door de rechtbank toegewezen. Jegens Feriendorf GmbH vorderde appellant hetzelfde bedrag uit hoofde van onrechtmatig handelen. Die vordering is door de rechtbank afgewezen en hiervan is appellant in hoger beroep gekomen.

Het hof overweegt dat er van het door een derde (i.c. Feriendorf GmbH) profiteren van een wanprestatie (het niet terugbetalen van de ter leen verstrekte gelden door BUVA B.V., diens aandeelhouder en diens statutair bestuurder) geen sprake is, althans heeft appellant dienaangaande niet aan zijn stelplicht voldaan.

De stelling van appellant dat Feriendorf GmbH onrechtmatig heeft gehandeld door ten nadele van de crediteuren van BUVA B.V., waaronder appellant, een potentiële bron van inkomsten (lees: het project te Mistelgau-Bayreuth), te onttrekken van BUVA B.V., zonder passende vergoeding / tegenprestatie, faalt eveneens. Dit door appellant gestelde handelen betreft volgens het hof een handelen van BUVA B.V. waarvoor BUVA B.V. en mogelijk de bestuurders van BUVA B.V. (indien hun een onrechtmatig handelen van de rechtspersoon persoonlijk als onrechtmatig zou kunnen worden verweten) aansprakelijk zijn te houden. Zonder toelichting, die ontbreekt, ziet het hof niet in waarom Feriendorf GmbH hier onrechtmatig zou hebben gehandeld.

Voorts verwijt appellant de Duitse Advocaat van BUVA B.V. een ‘wisseling van pet’. Eerst heeft hij voor BUVA B.V. geadviseerd over het project in Mistelgau-Bayreuth en vervolgens heeft hij als bestuurder / aandeelhouder van Feriendorf GmbH een eigen belang gekregen bij dit project. Het hof overweegt evenwel dat (zelfs) indien de Duitse advocaat onrechtmatig handelen jegens (de crediteuren van) BUVA en/of diens aandeelhouder mocht kunnen worden verweten, dat nog niet meebrengt dat Feriendorf GmbH voor dat handelen kan worden aangesproken. Toerekening van een onrechtmatige daad aan een rechtspersoon van een persoon die orgaan is van die rechtspersoon is alleen aan de orde indien het gaat om een onrechtmatige daad die de desbetreffende persoon in zijn hoedanigheid van orgaan begaat. Dienaangaande heeft appellant volgens het hof onvoldoende gesteld.
Ten slotte verwerpt het hof ook het beroep van appellant op de pauliana ex artikel 3:45 BW en bekrachtigt zij het vonnis waarvan beroep.

Uitspraak: Hof ‘s-Hertogenbosch, 25 april 2017, ECLI:NL:GHSHE:2017:1844

Vraag & antwoord

Veelgestelde vragen

Wie stelt moet bewijzen, dat is de hoofdregel van ons burgerlijk procesrecht. Maar wat nu als u een geschil heeft met een andere partij maar u uw stellingen niet (voldoende) kunt onderbouwen? U kunt dan een verzoek indienen tot het houden van een voorlopig getuigenverhoor met als doel het vergaren van extra informatie en bewijs.


Lees meer

Veel werkgevers stellen internet en e-mail aan werknemers ter beschikking. Werknemers gebruiken dat namelijk bij het verrichten van hun werkzaamheden. Soms gebruiken werknemers echter dat internet en die e-mail (tijdens werktijd) voor tal van andere activiteiten, variërend van het lezen van privé e-mail tot het bekijken van pornofilmpjes.


Lees meer

Regelmatig worden wij met de vraag geconfronteerd of een uitlener de door hem aan een ander ter beschikking gestelde werknemers, zoals uitzendkrachten of een gedetacheerde werknemers, kan verbieden om bij de inlener in dienst te treden of dat op een andere manier kan belemmeren. Wij geven antwoord.


Lees meer

Regelmatig stellen werkgevers vragen over de, sinds 1 januari 2015 geldende, aanzegverplichting. De meest gestelde vragen en de antwoorden daarop volgen hieronder.


Lees meer

Als u een geldvordering heeft op een wanbetaler, kunt u beslag laten leggen op een bankrekening. Dat kan door een advocaat te vragen om dit te doen. Alleen advocaten (en dus niet deurwaarders) mogen aan de rechtbank toestemming vragen om conservatoir beslag te leggen.


Lees meer
Lees alle FAQ's
Wij scoren gemiddeld een 8,5 op basis van 24 referenties
Wij scoren gemiddeld een 8,5 op basis van 24 referenties