073 720 02 00
HR

Volgens de voorzieningenrechter Den Haag moet een slapend dienstverband toch worden opgezegd!

Gepubliceerd op 3 april 2019 Bijgewerkt op 24 juli 2019

Reeds meerdere keren schreven wij in onze nieuwsberichten over het slapend dienstverband en de vraag of een slapend dienstverband van een langdurig arbeidsongeschikte werknemer door een werkgever moet worden opgezegd. In dit artikel bespreken wij een recente uitspraak van de voorzieningenrechter Den Haag van 28 maart 2019 waarin deze vraag bevestigend is beantwoord.

Hoe zat het ook alweer?

Aangezien bij het beëindigen van een dienstverband van een langdurig arbeidsongeschikte werknemer (meestal na 104 weken) een volledige transitievergoeding moet worden betaald, werd door een werkgever vaak gekozen voor het slapend voortzetten van het dienstverband. Tot voor kort was het enige oordeel over deze situatie dat er geen sprake is van ernstig verwijtbaar handelen van de werkgever indien een werkgever bij een slapend dienstverband van een langdurig arbeidsongeschikte werknemer niet tot ontslag overgaat. Ook volgde uit de rechtspraak voor de werkgever geen verplichting op grond van goed werkgeverschap om over te gaan tot opzegging van de arbeidsovereenkomst.

Onder andere door de introductie van de Compensatieregeling transitievergoeding, welke per 1 april 2020 in werking zal treden, is de discussie hierover opnieuw aangewakkerd. Het moeten betalen van een transitievergoeding is nu in veel mindere mate een reden om het dienstverband met een langdurig arbeidsongeschikte werknemer slapend voort te zetten. Immers, de werkgever kan op basis van deze regeling een compensatie ontvangen voor de transitievergoeding.

De vraag is echter of het slapend voortzetten van een dienstverband van een langdurig arbeidsongeschikte werknemer inmiddels – (mede) vanwege de compensatieregeling transitievergoeding – in de rechtspraak nu wel als verwijtbaar handelen van de werkgever wordt gezien?

En nu?

Eerder schreven wij al een artikel over een uitspraak van het Scheidsgerecht Gezondheidszorg en een uitspraak van 30 januari 2019 van een reguliere rechter. Het Scheidsgerecht Gezondheidszorg verplichte de werkgever om het dienstverband te beëindigen, maar de reguliere rechter volgde hem daarin niet.

De voorzieningenrechter Den Haag heeft op 28 maart 2019 echter geoordeeld dat de werkgever de arbeidsovereenkomst met een langdurig arbeidsongeschikte werknemer wel moet opzeggen.

Casus

Volgens deze voorzieningenrechter is de compensatieregeling voor de transitievergoeding juist bedoeld om slapende dienstverbanden tegen te gaan. De voorzieningenrechter concludeert dan ook dat het om die reden niet langer vol te houden is, dat het in stand laten van dit slapend dienstverband van een langdurig arbeidsongeschikte werknemer, geen strijd oplevert met goed werkgeverschap. De voorzieningenrechter benadrukt echter dat het antwoord op de vraag of een slapend dienstverband van een langdurig arbeidsongeschikte werknemer door een werkgever moet worden opgezegd, afhankelijk is van de omstandigheden van het geval. Erg bijzonder waren de omstandigheden echter niet waardoor een dergelijke uitspraak vaker zou kunnen worden gedaan.

Dus?

De kwestie omtrent het slapend dienstverband én de vraag of een slapend dienstverband van een langdurig arbeidsongeschikte werknemer door een werkgever moet worden opgezegd, is dus nog niet uitgekristalliseerd. Wij houden jullie uiteraard op de hoogte van de verdere ontwikkelingen in de rechtspraak. Voor meer informatie hierover neem (vrijblijvend) contact op met één van de advocaten van Team Arbeidsrecht (073 – 7 200 200 / arbeidsrecht@snijders-advocaten.nl)

Disclaimer – Bij het opstellen van deze tekst is geen rekening gehouden met eventuele bijzondere van toepassing zijnde regels zoals opgenomen in bijvoorbeeld een collectieve arbeidsovereenkomst, individuele arbeidsovereenkomst en/of andere overeenkomst. Deze tekst bevat dus algemene informatie die niet in iedere situatie kan worden gebruikt. Tevens is het mogelijk dat de tekst op enig moment achterhaald is, bijvoorbeeld door gewijzigde regelgeving. Het wordt dan ook sterk aangeraden om contact met Snijders Advocaten op te nemen alvorens de informatie uit de tekst te gebruiken.

Vraag & antwoord

Veelgestelde vragen

Wie stelt moet bewijzen, dat is de hoofdregel van ons burgerlijk procesrecht. Maar wat nu als u een geschil heeft met een andere partij maar u uw stellingen niet (voldoende) kunt onderbouwen? U kunt dan een verzoek indienen tot het houden van een voorlopig getuigenverhoor met als doel het vergaren van extra informatie en bewijs.


Lees meer

Veel werkgevers stellen internet en e-mail aan werknemers ter beschikking. Werknemers gebruiken dat namelijk bij het verrichten van hun werkzaamheden. Soms gebruiken werknemers echter dat internet en die e-mail (tijdens werktijd) voor tal van andere activiteiten, variërend van het lezen van privé e-mail tot het bekijken van pornofilmpjes.


Lees meer

Regelmatig worden wij met de vraag geconfronteerd of een uitlener de door hem aan een ander ter beschikking gestelde werknemers, zoals uitzendkrachten of een gedetacheerde werknemers, kan verbieden om bij de inlener in dienst te treden of dat op een andere manier kan belemmeren. Wij geven antwoord.


Lees meer

Regelmatig stellen werkgevers vragen over de, sinds 1 januari 2015 geldende, aanzegverplichting. De meest gestelde vragen en de antwoorden daarop volgen hieronder.


Lees meer

Als u een geldvordering heeft op een wanbetaler, kunt u beslag laten leggen op een bankrekening. Dat kan door een advocaat te vragen om dit te doen. Alleen advocaten (en dus niet deurwaarders) mogen aan de rechtbank toestemming vragen om conservatoir beslag te leggen.


Lees meer
Lees alle FAQ's
Wij scoren gemiddeld een 8,5 op basis van 24 referenties
Wij scoren gemiddeld een 8,5 op basis van 24 referenties