Nieuws

Besmet stro leidt tot overlijden geiten: is stroleverancier aansprakelijk?

27 maart 2017

Gedaagde levert sinds 2006 geperste balen stro aan eiser. Eiser drijft een geitenhouderij, waarin het stro als strooisel wordt gebruikt. In juli 2014 is de aanwezigheid van de bacterie Listeria monocytogenes aangetoond op de door eiser aan gedaagde geleverde strobalen in april 2014. Tussen 27 april en 20 mei 2014 zijn 82 geiten op het bedrijf van eiser gestorven. De aansprakelijkheidsverzekeraar van gedaagde heeft de totale schade als gevolg van de listeriabesmetting laten vaststellen op een bedrag van ruim € 64.000,-. Gedaagde erkent dat op de geleverde stro in april 2014 de listeriabacterie aanwezig was, zodat sprake is van een tekortkoming, maar zij betwist dat die tekortkoming aan haar kan worden toegerekend. Voor zover de tekortkoming wel aan haar kan worden toegerekend is er volgens gedaagde sprake van eigen schuld aan de zijde van eiser waardoor de schade door eiser zelf moet worden gedragen, aldus gedaagde.

Een tekortkoming in de nakoming van een verbintenis verplicht de schuldenaar de schade die de schuldeiser daardoor lijdt te vergoeden, tenzij de tekortkoming hem niet kan worden toegerekend (artikel 6:74 lid 1 BW). Ingevolge artikel 6:75 BW kan een tekortkoming de schuldenaar niet worden toegerekend, indien zij niet is te wijten aan zijn schuld, noch krachtens wet, rechtshandeling of in het verkeer geldende opvattingen voor zijn rekening komt.

Het verweer van gedaagde dat de tekortkoming haar niet kan worden toegerekend is o.a. onderbouwd met de stellingen (i) dat zij als tussenhandelaar het gebrek niet kende en evenmin behoorde te kennen (ii) dat zij het stro niet zelf heeft geteeld of geproduceerd, (iii) dat zij deugdelijke controles heeft laten uitvoeren waaruit geen gebrek is gebleken en (iv) dat het stro zonder nadere bewerking is doorgeleverd aan eiser, zodat haar geen enkel verwijt valt te maken.

De rechtbank oordeelt dat de door gedaagde beschreven werkwijze en aangevoerde omstandigheden zich in de contractuele verhouding tussen gedaagde en eiser in de risicosfeer van gedaagde bevinden. Eiser heeft daarop immers geen zicht en daarover geen zeggenschap. De rechtbank is dan ook van oordeel dat de verkeersopvattingen meebrengen dat het gebrek (de besmetting met de listeriabactrie) voor rekening van gedaagde komt. Bijzondere omstandigheden die tot een ander oordeel zouden moeten leiden zijn door gedaagde gesteld noch gebleken.

Het eigen schuld verweer dat gedaagde voert komt er in de kern op neer dat eiser bij het uitstrooien van het besmette stro zwarte rotte plekken heeft geconstateerd en veel stof heeft zien vrijkomen en dat hij onder die omstandigheden nooit had mogen overgaan / doorgaan met het uitstrooien van het stro. De rechtbank passeert dit verweer omdat gedaagde de juistheid ervan gemotiveerd heeft bestreden en eiser niets naders heeft gesteld. Ten aanzien van het vrijkomen van stof overweegt de rechtbank verder dat dit (ook) geen aanwijzing oplevert dat tijdens het uitstrooien voor eiser kenbaar had moeten zijn dat er wat mis was met het stro. De slotsom is dat zowel het niet-toerekenbaarheidsverweer als het beroep op eigen schuld faalt en dat gedaagde de door eiser geleden schade dient te vergoeden.


A. Fuijkschot
Snijders Advocaten

Rechtbank Gelderland, 1 maart 2017, ECLI:NL:RBGEL:2017:1613
Bron SmartNewz: 27 maart 2017
 

Besmet stro leidt tot overlijden geiten: is stroleverancier aansprakelijk?

Nieuws - Archief