Nieuws

Mogelijke bekendheid aansprakelijkheid Rijkswaterstaat onvoldoende voor aanvang verjaringstermijn

03 april 2017

Horecagelegenheid Mispelhoef is gelegen aan de Oirschotsedijk te Eindhoven. Voor 1998 zag een aantal omliggende sloten in de waterafvoer op het terrein van Mispelhoef. Van 1996 tot 1998 heeft Rijkswaterstaat de A2 ter hoogte van Mispelhoef verbreed. Daarbij is een duikerconstructie aangelegd. In 1999 heeft de gemeente Eindhoven een industrieterrein aangelegd in de nabijheid van Mispelhoef. In 1998 deed zich voor het eerst wateroverlast voor op het terrein van Mispelhoef. Ook in latere jaren was er sprake van wateroverlast. Op 12 februari 2003 heeft Mispelhoef de gemeente Eindhoven en het Waterschap De Dommel aansprakelijk gesteld voor de schade die Mispelhoef door hun handelen heeft geleden en/of nog zal lijden. Zowel de gemeente als het waterschap hebben hun aansprakelijkheid afgewezen. Mispelhoef heeft vervolgens een adviesbureau ingeschakeld om onderzoek te doen naar de wateroverlast. In het onderzoeksrapport heeft het adviesbureau geconcludeerd dat de door Rijkswaterstaat uitgevoerde werkzaamheden hebben geleid tot een ernstige verstoring van de waterafvoer van het terrein. Op 15 juli 2008 heeft Mispelhoef Rijkswaterstaat aansprakelijk gesteld. Rijkswaterstaat heeft zich uiteindelijk op het standpunt gesteld dat de vordering van Mispelhoef is verjaard.

Het hof Den Haag heeft het verjaringsverweer van Rijkswaterstaat (artikel 3:310 BW) gehonoreerd. Het hof overweegt dat de schade door de opgetreden wateroverlast Mispelhoef in 1998 / 1999 al bekend was. Uit de brieven van 12 februari 2003 aan de gemeente en het waterschap blijkt volgens het hof dat Mispelhoef er op die datum mee bekend was dat die schade mogelijk kon worden toegeschreven aan handelingen van de gemeente, het waterschap en/of Rijkswaterstaat. Volgens het hof is de ingangsdatum van de verjaringstermijn daarom ten laatste 13 februari 2003. Van Mispelhoef kon volgens het hof gevergd worden dat zij aan Rijkswaterstaat destijds een vergelijkbare brief had gezonden. De Hoge Raad kan zich hiermee niet verenigen. Hij stelt voorop dat de eis van artikel 3:310 lid 1 BW dat de benadeelde bekend is geworden met zowel de schade als de daarvoor aansprakelijke persoon aldus moet worden opgevat dat het gaat om een daadwerkelijke bekendheid. De verjaringstermijn begint pas te lopen als de benadeelde voldoende zekerheid heeft verkregen dat de schade is veroorzaakt door tekortschietend of foutief handelen van de betrokken persoon. Aldus klaagt het middel terecht dat het hof voor de aanvang van de verjaringstermijn van doorslaggevend belang heeft geacht dat Mispelhoef bekend was met de mogelijkheid dat Rijkswaterstaat voor de schade aansprakelijk was en dat zij haar rechten door aansprakelijkstelling had kunnen veilig stellen. Die enkele mogelijkheid is in het licht van de rechtspraak niet voldoende om aan te nemen dat bij Mispelhoef voldoende zekerheid bestond dat de schade was veroorzaakt door tekortschietend of foutief handelen van Rijkswaterstaat. De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof Den Haag waartegen het cassatieberoep zich richt en verwijst het geding naar het hof Amsterdam ter verdere behandeling en beslissing.


A. Fuijkschot
Snijders Advocaten

Hoge Raad, 31 maart 2017, ECLI:NL:HR:2017:552 
Bron: SmartNewz 3 april 2017
 

Mogelijke bekendheid aansprakelijkheid Rijkswaterstaat onvoldoende voor aanvang verjaringstermijn

Nieuws - Archief