Nieuws

Arbeidsrechtelijke wijzigingen in 2017

02 januari 2017

Arbeidsrechtelijke wijzigingen in 2017
Elk jaar brengt ook weer veranderingen met zich mee. Zo ook 2017. Wij hebben de belangrijkste (wets)wijzigingen op het gebied van personeel en arbeid kort op een rij gezet voor u.

Maximum transitievergoeding verhoogd naar € 77.000,00. De minister van SZW indexeert jaarlijks per 1 januari het maximumbedrag van de transitievergoeding. Per 1 januari 2017 is het maximum gewijzigd in € 77.000,00. Dit maximum geldt voor iedere arbeidsovereenkomst waarvan de einddatum 1 januari 2017 of later is en waarvoor bij beëindiging een transitievergoeding verschuldigd is. Als het jaarsalaris hoger is dan € 77.000,00 is het maximum een jaarsalaris. 

Verhoging AOW-leeftijd naar 65 jaar en 9 maanden. De AOW-leeftijd gaat stapsgewijs omhoog. Voor 2017 is de AOW leeftijd verhoogd naar 65 jaar en 9 maanden. Deze verhoging betekent dat werknemers geboren na 30 juni 1951 en voor 1 april 1952 negen maanden langer AOW-premies betalen en daarna pas de eerste AOW-uitkering ontvangen.

Inwerkingtreding Wet tegemoetkomingen loondomein. Deze wet treedt gedeeltelijk op 1 januari 2017 en gedeeltelijk op 1 januari 2018 in werking. De wet bestaat uit twee delen, namelijk de lage inkomensvoorziening (LIV), die per 1 januari 2017 in werking is getreden gaat en het loonkostenvoordeel (LKV), dat per 1 januari 2018 ingaat. Gezien de ingangsdatum willen wij ons voor nu beperken tot de LIV. De LIV brengt mee dat werkgevers die een werknemer aannemen met een laag inkomen daarvoor een financiële bijdrage krijgen. De LIV is bedoeld als stimulans voor arbeidsparticipatie van mensen aan de onderkant van de arbeidsmarkt. De maatregel is de eerste van het nieuwe stelsel werkgeversvoordelen waarmee het kabinet het huidige stelsel van premiekortingen wil vervangen. Werkgevers ontvangen voor werknemers die een uurloon verdienen van € 9,50 tot € 10,45 en ten minste 1248 uren hebben gewerkt maximaal € 2.000,- per werknemer per jaar (€ 1,01 per gewerkt uur). Voor werknemers die € 10,45 tot € 11,87 verdienen ontvangen werkgevers maximaal € 1.000,- per werknemer per jaar (€ 0,51 per gewerkt uur). De subsidie geldt voor werknemers tot aan de pensioengerechtigde leeftijd. De Belastingdienst keert op basis van gegevens van UWV de vergoeding over 2017 aan u in 2018 automatisch uit. U hoeft dus zelf geen aanvraag in te dienen of gegevens aan te dragen. Controleer hier (https://regelhulpenvoorbedrijven.nl/premiekortingen/) of u recht heeft op LIV. Op 1 januari 2018 wordt ook de premiesystematiek voor ouderen en gehandicapten vervangen door het nieuwe stelsel.

WGA-verzekeringen samengevoegd. Per 1 januari 2017 worden de premiedelen die werkgevers betalen voor de WGA-flex en WGA-vast samengevoegd tot één gedifferentieerde WGA-premie. Per 1 januari 2017 is het  ook mogelijk eigen risicodrager te worden voor de WGA Flex. Dat kon voorheen niet. Omdat de WGA flex en WGA vast worden samengevoegd,  is er dus nog maar één soort WGA-instromer. Het maakt dus, anders dan voorheen, niet meer uit of een werknemer na twee jaar loondoorbetaling in de WGA terecht komt (vanuit een dienstverband) of dat hij vanuit de Ziektewet (wegens ziek uit dienst) in de WGA terecht komt. Kleine werkgevers betalen door de samenvoeging van de WGA flex en WGA vast voortaan een sectorale premie voor de WGA totaal. Dat is simpelweg een optelsom van de sectorale premiedelen WGA-vast en WGA-flex. Grote en middelgrote werkgevers betalen een premie die afhangt van de instroom in de WGA vanuit hun eigen organisatie. Minister Asscher heeft een brief lees hier (https://www.rijksoverheid.nl/documenten/kamerstukken/2016/04/29/kamerbrief-hybride-markt-wga) naar de Tweede Kamer gestuurd waarin hij onder meer ingaat op de manier waarop per 2017 – na samenvoeging van de premie WGA-vast en WGA-flex – de minimum- en maximumpremie voor de WGA wordt bepaald voor deze (middel) grote werkgevers.
Voor de werkgever die eigen risicodrager wil worden (de werkgever draagt dan, in plaats van het UWV, zelf de kosten van arbeidsongeschiktheid), kan per 1 januari 2017 kiezen voor volledig eigen risicodragerschap voor WGA vast én WGA flex. Werkgevers die op 1 januari 2017 al eigenrisicodrager voor de WGA vast zijn, krijgen de WGA-flex er vanzelf bij.  Let op! De periode van overweging en de uiteindelijke keuze voor eigenrisicodragerschap kan veel tijd in beslag nemen. De aanvang van het eigenrisicodragerschap kan maar tweemaal per jaar plaatsvinden: op 1 juli en op 1 januari van een jaar. De aanvraag moet uiterlijk 13 weken vóór die datum bij de Belastingdienst zijn ingediend! Het is dus aan te bevelen om tijdig een overweging te maken en het traject in te gaan. Snijders Advocaten kan u helpen bij het maken van een keuze voor het eigen risicodragerschap.

Aanscherping voorwaarden rondom verrekeningen minimumloon. Met ingang van 1 januari 2017 treedt het laatste deel van de Wet aanpak schijnconstructies in werking en betalen alle werkgevers het volledige minimum loon. Alle constructies zijn verboden waarbij werkgevers minder dan het hele minimumloon betalen.  De inspectie SZW die met de controle belast is kan forse boetes opleggen bij overtreding. Ook wordt vanaf 1 januari 2017 de ketenaansprakelijkheid uitgebreid met de overeenkomst tot het (doen) vervoeren van goederen over de weg. In een eerder nieuwsbericht schreven wij over de Wet aanpak schijnconstructies. Lees hier (http://www.snijders-advocaten.nl/nieuws/wet-aanpak-schijnconstructies/) Per 1 januari 2017 geldt dat inhoudingen op en  verrekeningen met het minimum loon niet meer zijn toegestaan. Op het minimumloon mogen alleen volgens de wet verplichte of toegestane bedragen worden ingehouden. Denk aan premies of belastingen.  De achterliggende gedachte van deze wijziging is dat er met name in het verrekenen/inhouden van kosten van huisvesting en zorgverzekeringspremie nogal eens sprake was van misbruik/oneigenlijk gebruik. Hetgeen men heeft willen tegengaan. De werknemer moet voortaan een schriftelijke volmacht verlenen aan zijn werkgever om: a. Betalingen te verrichten aan de verhuurder voor de huurkosten en kosten nutsvoorzieningen indien dat niet meer is dan 25% van het voor die termijn geldende wettelijke minimumloon van de werknemer; en b. De verhuurder een toegelaten instelling is als in art. 19, lid 1, Woningwet of gecertificeerd is door een door de Raad van Accreditatie erkende instelling. De werknemer dient daarbij een afschrift van de huurovereenkomst te verstrekken. Ook met betrekking tot de premie zorgverzekering kan een dergelijke machtiging worden afgegeven. In dat geval dient een kopie van de polis te worden overgelegd door de werknemer aan de werkgever. Met het loon boven het wettelijk minimumloon mogen wel zaken worden verrekend.

Implementatietermijn Wet DBA verlengd tot 1 januari 2018 In 2017 moet elk bedrijf gaan voldoen aan de wet deregulering beoordeling arbeidsrelaties (Wet DBA). Voor iedereen die met zzp-ers werkt is het van essentieel belang dat alles voor het einde van dit jaar op orde is. De wet DBA (waarbij de VAR is afgeschaft) geldt voorlopig nog steeds! Alleen de handhaving voor goedwillenden ondernemers is opgeschort. Ondanks de opschorting van de handhaving, blijft actie vereist. Zorg dus dat de overeenkomsten zo zijn ingekleed dat een (fictief) dienstverband wordt voorkomen. Wij verwijzen u naar de eerdere nieuwsberichten die wij daarover schreven, lees hier (http://www.snijders-advocaten.nl/nieuws/opschorting-handhaving-wet-dba/) en naar de checklist die wij hebben ontwikkeld lees hier http://www.snijders-advocaten.nl/nieuws/checklist-wet-dba/

Minimumloon per 1 januari 2017 Het wettelijk minimumloon bedraagt per 1 januari 2017 € 1.551,60 per maand, € 358,05 per week en € 71,61 per dag. Het kabinet wil ook de leeftijd van het minimumloon aanpassen naar 21 jaar. Het kabinet wil vanaf juli 2017 de leeftijd van het minimumloon in 2 stappen aanpassen van 23 naar 21 jaar. Voor jongeren van 18 tot en met 20 jaar gaat het minimumjeugdloon omhoog. Dit staat in de begroting van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid voor 2017, lees hier (https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/prinsjesdag/inhoud/miljoenennota-rijksbegroting-en-troonrede/onderwerpen-rijksbegroting-2017-uitgelicht/sociale-zaken-en-werkgelegenheid). Het gaat om voorgenomen beleid. Dit betekent dat de Eerste en Tweede Kamer de plannen van het kabinet nog moeten goedkeuren. Heeft u veel jeugdige medewerkers in dienst? Dan zult u meer loonkosten moeten gaan maken indien dit wet wordt.

Wijziging Arbowet per 1 juli 2017 Eind december 2015 heeft minister Asscher het wetsvoorstel ingediend voor wijziging van de Arbeidsomstandighedenwet. Aanvankelijk zou deze nieuwe wet per 1 januari 2017 ingaan. Maar het ministerie SZW laat weten dat de implementatie van de gewijzigde Arbowet is uitgesteld tot juli 2017. De wijzigingen hebben gevolgen voor de positie en taken van de bedrijfsarts, de preventiemedewerker, maar ook voor de ondernemingsraad. De belangrijkste wijzigingen zijn dat iedere werknemer directe toegang tot de bedrijfsarts heeft via een ‘open spreekuur’, werknemers recht hebben op een second opinion van een andere bedrijfsarts, de bedrijfsarts iedere werkplek moet kunnen bezoeken en afspraken over arbodienstverlening worden vastgelegd in een ‘basiscontract arbodienstverlening’. De Inspectie SZW mag werkgevers zonder basiscontract arbodienstverlening beboeten. Het medezeggenschapsorgaan krijgt verder een instemmingsrecht bij de keuze van de preventiemedewerker en diens rol in de organisatie.
 
Meer informatie/advies
Wilt u meer weten over vorenstaande wijzigingen, neemt u dan vrijblijvend contact op met Nathalie Stoffelsen-Dings of Lydia van den Heuvel. Te bereiken op telefoonnummer 073-7 200 200. Of mail naar: hr@snijders-advocaten.nl

Met vriendelijke groet,


Nathalie Stoffelsen & Lydia van den Heuvel
 

Arbeidsrechtelijke wijzigingen in 2017

Nieuws - Archief