Nieuws

Dé arbeidsrechtzaak van 2018: Is de Deliveroo-maaltijdbezorger werknemer of zelfstandig ondernemer?

14 januari 2019

Het Advocatenblad biedt in december van ieder jaar een overzicht van de meest spraakmakende zaken van dat jaar. Eén van de meest spraakmakende zaken van het jaar 2018 is de zaak tussen Deliveroo en één van haar maaltijdbezorgers.

Maatschappelijk probleem

De zaak kreeg veel aandacht. Zo steunde de tweede kamer fractie van de Partij van de Arbeid de maaltijdbezorger met een crowdfundingsactie en waren bij de zitting bij de rechtbank Amsterdam onder meer vakbonden en tv- en radioverslaggevers aanwezig. De grote belangstelling geeft aan dat de zaak veel meer was dan een op zichzelf staand probleem tussen een maaltijdbezorger en Deliveroo. Het betrof (en betreft) een maatschappelijk probleem.

De zaak

De maaltijdbezorger werkte sinds 4 juni 2016 bij Deliveroo, eerst formeel op grond van een arbeidsovereenkomst, en dus als werknemer, en sinds 14 november 2017 formeel op grond van een overeenkomst van opdracht, en dus als zelfstandige. Volgens de maaltijdbezorger was echter sprake van schijnzelfstandigheid. De maaltijdbezorger meende dus dat, ondanks het sluiten van de overeenkomst van opdracht, sprake was van een arbeidsovereenkomst.
De maaltijdbezorger vroeg de rechtbank Amsterdam dan ook om voor recht te verklaren dat sprake was van een arbeidsovereenkomst.

Als daadwerkelijk sprake was van een arbeidsovereenkomst, dan had dat arbeidsrechtelijk onder meer tot gevolg gehad dat de maaltijdbezorger recht had op loon, óók bij arbeidsongeschiktheid, en ontslagbescherming genoot. Verder had dat fiscaalrechtelijk onder meer tot gevolg gehad dat (met terugwerkende kracht) loonheffingen en premies voor werknemersverzekeringen hadden moeten worden betaald. Tevens had dat tot een fiscale boete voor Deliveroo kunnen leiden.

De uitspraak

Op 23 juli 2018 oordeelde de rechtbank Amsterdam uiteindelijk dat de maaltijdbezorger van Deliveroo geen arbeidsovereenkomst met Deliveroo had en dus géén werknemer van Deliveroo was. De rechtbank Amsterdam kwam tot die conclusie vanwege de overeenkomst die tussen de maaltijdbezorger en Deliveroo was gesloten en hoe zij vervolgens feitelijk aan die overeenkomst uitvoering en invulling hebben gegeven. Dat wordt hieronder toegelicht.

De overeenkomst

De maaltijdbezorger en Deliveroo hadden volgens de rechtbank Amsterdam duidelijk de bedoeling gehad om een overeenkomst van opdracht met elkaar aan te gaan én geen arbeidsovereenkomst. Dat volgt uit de volgende feiten.

  • Deliveroo had duidelijk aangekondigd dat zij alleen nog een overeenkomst van opdracht wilde aangaan met de maaltijdbezorger.
  • Uit de overeenkomst van opdracht bleek duidelijk dat het de intentie van Deliveroo en de maaltijdbezorger was om géén arbeidsovereenkomst met elkaar aan te gaan.
  • De maaltijdbezorger had zich als eenmanszaak ingeschreven bij de Kamer van Koophandel. 
De feitelijke uitvoering en invulling

Sinds de maaltijdbezorger formeel als zelfstandige voor Deliveroo werkzaam was, waren de maaltijdbezorger en Deliveroo zich ten op zichte van elkaar gaan gedragen als opdrachtgever en opdrachtnemer waardoor niet meer aan alle vereisten voor een arbeidsovereenkomst was voldaan. Het belangrijkste vereiste waaraan niet werd voldaan, was de gezagsverhouding. Dat volgt volgens de rechtbank Amsterdam uit de volgende feiten.
  • De maaltijdbezorger mocht zelf beslissen of hij zichzelf aanmeldde voor werk en mocht zich daarvoor ook weer afmelden.
  • De maaltijdbezorger mocht bestellingen weigeren.
  • De maaltijdbezorger mocht voor andere opdrachtgevers en zelfs voor concurrenten werken. 
  • De maaltijdbezorger mocht eigen kleding, en zelfs kleding van een concurrent, dragen.
  • De maaltijdbezorger mocht zich laten vervangen en dus zijn werkzaamheden door iemand anders laten verrichten. 
Arbeidsrecht niet klaar voor platformeconomie

De uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 23 juli 2018 laat zien dat alle feiten en omstandigheden meespelen bij het beoordelen van de arbeidsrelatie waardoor de uitspraak ook geen garantie biedt voor Deliveroo en andere werkplatforms, waarin vraag en aanbod elkaar vinden op een digitaal platform. De discussies rondom platformwerknemers, schijnzelfstandigheid, kwalificatie van arbeidsovereenkomsten et cetera zijn met de uitspraak van de rechtbank Amsterdam dan ook niet tot een einde gekomen.

In zijn uitspraak erkent de rechtbank Amsterdam ook dat in het huidige arbeidsrecht geen rekening is gehouden met de arbeidsverhoudingen die voortkomen uit de platformeconomie. Volgens de rechtbank Amsterdam is het aan de wetgever om maatregelen te treffen als de werkwijze van Deliveroo ongewenst is.

De wetgever heeft ook reeds getracht om schijnzelfstandigheid tegen te gaan, onder meer met de invoering van de wet deregulering arbeidsrelaties (de ‘Wet DBA’) op 1 mei 2016. Inmiddels is door het kabinet echter alweer besloten om de Wet DBA te vervangen. Dat zal waarschijnlijk per 1 januari 2020 gebeuren. 

Tot die tijd is het goed om te weten dat de Wet DBA wel van kracht is, maar door de belastingdienst niet wordt gehandhaafd, tenzij sprake is van kwaadwillenden. Dat is het geval als een onderneming opzettelijk een situatie van evidente schijnzelfstandigheid laat ontstaan of voortbestaan (dat zijn de situaties waarin sprake is van een (fictieve) dienstbetrekking én evidente én opzettelijke schijnzelfstandigheid).

Voor meer informatie, lees onze eerdere nieuwsberichten over de wet DBA (zie hieronder) of neem contact op met Lydia van den Heuvel  /  073 - 7 200 200.

Dé arbeidsrechtzaak van 2018: Is de Deliveroo-maaltijdbezorger werknemer of zelfstandig ondernemer?

Nieuws - Archief