Nieuws

Non-conformiteit bij (aan)koop Grand-Prixpaard?

22 mei 2017

Een lid van het koningshuis van Bahrein, hierna: ‘de moeder’ is een liefhebster van paarden en van de dressuursport, evenals haar dochter. De moeder maakt op 30 april 2014 een bedrag van € 1.800.000,- over naar een aan gedaagden gelieerde vennootschap. Dit bedrag is bestemd voor de aankoop van een paard dat door een dressuurruiter in Denemarken werd aangeboden. In augustus 2015 verneemt de moeder van een derde dat dit paard voor een bedrag van € 600.000,- te koop zou hebben gestaan bij een (andere) derde en dat dit paard ook niet meer waard is dan dit bedrag. Bij brief van 27 juli 2015 aan gedaagden vraagt de advocaat van de moeder om opheldering over het bedrag waarvoor het paard feitelijk is gekocht. Die opheldering is niet gegeven. De vordering van de moeder op gedaagden is door haar op 21 januari 2016 gecedeerd aan de vennootschap MB Equine, eiseres in onderhavige procedure. MB Equine vordert van gedaagden o.a. schadevergoeding uit wanprestatie nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet. MB Equine legt daaraan o.a. het tekortschieten in de nakoming van een bemiddelingsovereenkomst door twee gedaagden ten grondslag. Subsidiair stelt zij dat er sprake is van non-conformiteit bij de (aan)koop van het paard van één van de andere gedaagden.

Anders dan MB Equine meent de rechtbank dat er geen sprake is van een bemiddelingsovereenkomst. De rechtbank is van mening dat MB Equine dienaangaande niet aan haar stelplicht heeft voldaan.

Voor zover de vordering is gebaseerd op non-conformiteit meent MB Equine dat het paard niet de eigenschappen bezit die de moeder mocht verwachten, namelijk een paard dat gekwalificeerd kan worden als een Grand-prixpaard.

Gedaagden betwisten dat er sprake is van non-conformiteit. Zij stellen daartoe dat het paard ten tijde van de koop een zogeheten dressuurpaard was en dat dit aan de dochter is medegedeeld. De bedoeling van de moeder was dat het paard –met haar dochter als amazone- deel zou nemen aan de Asian Games 2014 (lichte tour) en nadien hopelijk op enig moment aan de Olympische Spelen of vergelijkbaar toernooi. Al vrij snel na de aankomst van het paard in de stallen van gedaagden bleek dat de dochter de motivatie en de instelling miste om met het paard serieus te trainen. Daarom nam een van de gedaagden deze taak van haar over, dit voornamelijk met het doel om het paard voor te bereiden op deelname door de dochter aan de Asian Games. Nadat deze gedaagde met het paard bij wijze van test op 15 juni 2014 deel had genomen aan een voorloper van een Grand Prix en deze test succesvol had doorstaan, is het paard met deze gedaagde als amazone gestart met deelname aan de Zware Tour (= Grand Prix). Vervolgens wint deze zelfde combinatie op 26 juli 2014 de wedstrijd Jumpin’ De Weel (Grand Prix); op 17 augustus 2014 wordt deze combinatie tweede in de Grand Prix van Oud-Beijerland, aldus gedaagden.

De rechtbank meent dat MB Equine de ontwikkeling van het paard uitmondend in deze prestaties op Grand-Prixtoernooien niet heeft tegengesproken, zodat de rechtbank uitgaat van de juistheid ervan. De rechtbank concludeert dat de moeder een paard geleverd heeft gekregen dat kennelijk kwalificeert als een Grand-Prixpaard. De rechtbank wijst de vorderingen dan ook af.

Arno Fuijkschot
Snijders Advocaten

Bron: SmartNewz 22 mei 2017
Uitspraak

Non-conformiteit bij (aan)koop Grand-Prixpaard?

Nieuws - Archief