Nieuws

HR tip #6 Schriftelijkheidsvereiste zowel voor concurrentie- als relatiebeding!

20 april 2017

TIP: Schriftelijkheidsvereiste zowel voor concurrentie- als relatiebeding!
Het schriftelijkheidsvereiste uit artikel 7:653 lid 1 BW houdt in dat afspraken op grond waarvan de werknemer wordt beperkt in zijn mogelijkheden om na het einde van de arbeidsovereenkomst te werken, schriftelijk moeten worden vastgelegd. Zulke afspraken kunnen dus niet mondeling worden gemaakt.
Waar het om gaat is dat de werknemer zich bij het aangaan van de afspraak waarmee hij wordt beperkt in zijn mogelijkheden om na het einde van de arbeidsovereenkomst te werken, bewust is van consequenties daarvan.

Het concurrentiebeding
Lange tijd is al bekend dat het concurrentiebeding (waarbij het de werknemer wordt verboden om bij één of meerdere concurrenten van de werkgever in dienst te treden) een werknemer beperkt in zijn mogelijkheden om na het einde van de arbeidsovereenkomst te werken en dat daarvoor dus het schriftelijkheidsvereiste geldt.

Het relatiebeding
In navolging op lagere rechters heeft de Hoge Raad op 3 maart jl. bepaald dat het schriftelijkheidsvereiste óók geldt voor het relatiebeding (waarbij het de werknemer wordt verboden om zakelijke betrekkingen aan te gaan met één of meerdere relaties van de werkgever).

Wanneer is voldaan aan schriftelijkheidsvereiste?
Uit rechtspraak volgt dat in ieder geval aan het schriftelijkheidsvereiste is voldaan indien de afspraak waarmee de werknemer wordt beperkt in zijn mogelijkheden om na het einde van de arbeidsovereenkomst te werken, dus bijvoorbeeld het concurrentie- of relatiebeding,

  1. is opgenomen in een arbeidsovereenkomst of ander document dat door de werknemer is ondertekend; en
  2. is opgenomen in een personeelsreglement of ander document dat door de werknemer niet is ondertekend, maar waarmee de werknemer wel akkoord is gegaan door ondertekening van de arbeidsovereenkomst of een ander document (bijvoorbeeld een brief) waarin uitdrukkelijk is verwezen naar het concurrentie- of relatiebeding (of andere bepaling waarmee de werknemer wordt beperkt in zijn mogelijkheden om na het einde van de arbeidsovereenkomst te werken) die is opgenomen in het personeelsreglement of het andere document én het personeelsreglement of het andere document ook bij die arbeidsovereenkomst of brief aan de werknemer zijn overhandigd.
Let op: Het schriftelijkheidsvereiste wordt door de Hoge Raad strikt uitgelegd. Een werkgever trekt al snel “aan het kortste eind”.  Zo voldeed in de genoemde recente uitspraak van de Hoge Raad het relatiebeding niet aan het schriftelijkheidsvereiste. In die zaak ondertekende een werknemer een arbeidsovereenkomst en verklaarde daarmee ook akkoord te zijn met het personeelsreglement van de werkgever. Onderdeel van dat personeelsreglement was een relatiebeding. Ook al had de werknemer door ondertekening van de arbeidsovereenkomst verklaard akkoord te zijn met het personeelsreglement, volgens de Hoge Raad was niet aan het schriftelijkheidsvereiste voor het daarin opgenomen relatiebeding voldaan. Dat kwam doordat in de arbeidsovereenkomst enkel naar het personeelsreglement was verwezen (het relatiebeding was niet uitdrukkelijk genoemd) en de werkgever had het personeelsreglement niet bij de arbeidsovereenkomst aan de werknemer overhandigd. Het gevolg was dat de werkgever de werknemer niet kon houden aan het relatiebeding.

Tip
Neem de afspraken waarmee de werknemer wordt beperkt in zijn mogelijkheden om na het einde van de arbeidsovereenkomst te werken, en dus het concurrentie- en relatiebeding, altijd op in de arbeidsovereenkomst en laat die arbeidsovereenkomst door de werknemer ondertekenen. Let erop: dat ook aan het schriftelijkheidsvereiste wordt voldaan bij het verlengen van de arbeidsovereenkomst.

HR tip #6 Schriftelijkheidsvereiste zowel voor concurrentie- als relatiebeding!

Nieuws - Archief