Nieuws

Prejudiciële beslissing over voordeelstoerekening in effectenleasezaken

15 februari 2017

Dexia heeft tussen december 1995 en december 2001 zeven effectenleaseovereenkomsten gesloten met A. als afnemer. Zes daarvan hadden een looptijd van 60 maanden, en één een looptijd van 36 maanden. Volgens Dexia heeft de afnemer op grond van de effectenleaseovereenkomsten in totaal een bedrag van circa € 30.000,- aan maandtermijnen en een bedrag van circa € 23,00 aan restschuld aan Dexia betaald. Vervolgens heeft de afnemer een bedrag van ruim € 8.700,00 aan dividenden en een bedrag van ruim € 26.800,00 aan ander voordeel ontvangen. Dexia vordert een verklaring voor recht dat zij ten aanzien van de effectenleaseovereenkomsten aan al haar verplichtingen heeft voldaan en derhalve niets meer aan de afnemer verschuldigd is. De kantonrechter oordeelt dat Dexia haar bijzondere zorgplichten heeft geschonden, in ieder geval de waarschuwingsplicht en daarom onrechtmatig heeft gehandeld. Onduidelijk is volgens de kantonrechter op welke wijze het batig saldo en andere voordelen uit eerdere overeenkomsten moeten worden verrekend. De kantonrechter stelt hierover prejudiciële vragen aan de Hoge Raad.

HR: Een particuliere belegger die schadevergoeding vordert wegens een schending van de zorgplicht door de aanbieder, kan voordelen hebben behaald op de effectenleaseovereenkomst waarop die vordering betrekking heeft, of op andere effectenleaseproducten van de aanbieder. De prejudiciële vragen gaan over het in aanmerking nemen van dergelijke voordelen in de schadebegroting.

De essentie van voordeelstoerekening in effectenleasezaken is (i) dat wordt vastgesteld welke voordelen in aanmerking komen voor voordeelstoerekening en (ii) dat de som van die voordelen in mindering wordt gebracht op het nadeel, en wel (iii) volgens eenvormige regels die bepalen op welke wijze het aldus vastgestelde voordeel wordt toegerekend op twee of meer te vergoeden schadeposten. Die regels zijn geënt op de regeling van art. 6:43 lid 2 BW voor de toerekening van een betaling die op twee of meer verbintenissen jegens een zelfde schuldeiser zou kunnen worden toegerekend. In de kern vindt voordeelstoerekening plaats met inachtneming van de tijdsvolgorde waarin het nadeel voor de afnemer is ontstaan, dat wil zeggen eerst op de achtereenvolgende termijnen, ongeacht of zij zijn voldaan, en als laatste op de eventuele restschuld. De tijdstippen waarop de voordelen zijn genoten worden niet in aanmerking genomen.
Geen voordeelstoerekening vindt in effectenleasezaken plaats op de ten tijde van de schadebegroting reeds verschenen wettelijke rente omdat een aanspraak op wettelijke rente over nadeel dat bij de voordeelstoerekening tegen voordelen wegvalt, moet worden geacht niet te zijn ontstaan, aangezien die de schadeberekening te zeer zou compliceren.

Voor zover een beroep op zowel voordeelstoerekening als eigen schuld (art. 6:101 BW) is gedaan, behoort eerst het beroep op voordeelstoerekening te worden beoordeeld en daarna het beroep op eigen schuld.
Voor het in aanmerking nemen van voordelen in de schadebegroting maakt het geen verschil of ten tijde van het aangaan van een effectenleaseovereenkomst al dan niet sprake was van een ‘onaanvaardbaare zware financiële last’ voor de afnemer.

Uitspraak HR
Bron: Op SmartNewz sinds: 6 februari 2017

Auteur: Arno Fuijkschot, Snijders Advocaten

Prejudiciële beslissing over voordeelstoerekening in effectenleasezaken

Nieuws - Archief