Nieuws

Vodafone niet tekortgeschoten in nakoming (ver)koopovereenkomst jegens Hoist; evenmin sprake van dwaling

29 januari 2018

Vodafone niet tekortgeschoten in nakoming (ver)koopovereenkomst jegens Hoist; evenmin sprake van dwaling

Vodafone en Hoist sluiten drie overeenkomsten op grond waarvan Vodafone vorderingen op haar klanten verkoopt en overdraagt aan Hoist. De vorderingen zijn geleverd door middel van cessie.

Op 13 juni 2013 legt de rechtbank Den Haag de prejudiciële vraag voor aan de Hoge Raad of een telefoonabonnement dat door een consument wordt afgesloten en waarbij een telefoon ter beschikking wordt gesteld aan de consument, is te kwalificeren als consumentenkrediet dan wel als koop op afbetaling. De Hoge Raad oordeelt dat een ‘telefoonabonnement inclusief toestel’ in beginsel wordt beheerst door de regels inzake consumentenkrediet en koop op afbetaling. Indien het abonnement niet voldoet aan de geldende wettelijke bepalingen kan deze door de consument worden vernietigd voor zover het het toestelgedeelte van de overeenkomst betreft. In een later arrest overweegt de Hoge Raad ook nog dat de verplichting van de telecomaanbieder om in voorkomende gevallen de toestelcomponent aan de consument terug te geven, leidt tot een vermindering van de vordering van de telecomaanbieder op de consument.

Hoist stelt Vodafone vervolgens aansprakelijk voor de schade als gevolg van het toerekenbaar tekortschieten in de nakoming van de verplichtingen onder de drie overeenkomsten. Subsidiair doet Hoist een beroep op dwaling.

De rechtbank oordeelt dat de oordelen van de Hoge Raad niet leiden tot de door Hoist voorgestane conclusie dat de onderhavige overeenkomsten tussen Vodafone en de consumenten niet tot stand zijn gekomen ofwel nooit hebben bestaan.

De oordelen van de Hoge Raad scheppen de mogelijkheid dat een civiele rechter de overeenkomsten, op basis van een beoordeling van de feitelijke situatie van geval tot geval, vernietigt op grond van strijd met de regels van het consumentenkrediet, dan wel deze overeenkomsten niet van kracht acht wegens strijd met de regels van koop en afbetaling. Niet gesteld of gebleken is dat een zodanig civiel rechterlijk oordeel is gegeven ten aanzien van enige van de onderhavige aan Hoist overgedragen vorderingen. De stelling van Hoist dat hiertoe geen rechterlijk oordeel meer nodig is per vordering vindt geen steun in het recht.

De rechtbank komt dan ook niet tot de conclusie dat er sprake is van een tekortkoming.

Het beroep op dwaling slaagt evenmin. Hoist stelt dat Vodafone voorafgaand aan het sluiten van de overeenkomst op 29 december 2013 wist van het vonnis van de rechtbank Den Haag van 13 juni 2013 waarbij prejudiciële vragen zijn gesteld aan de Hoge Raad. Vodafone heeft deze wetenschap ten onrechte niet aan Hoist meegedeeld, terwijl Hoist geen kennis had en hoefde te hebben van deze informatie, aldus Hoist.

De rechtbank overweegt dat er geen mededelingsplicht bestaat als de wederpartij (Vodafone) er redelijkerwijs vanuit mag gaan dat de feiten al bij de dwalende bekend zijn. Vodafone heeft specifiek onderbouwde omstandigheden aangevoerd over de publicatie en overige kennisgeving van het vonnis van de rechtbank Den Haag. Onder deze omstandigheden mocht Vodafone er redelijkerwijs vanuit gaan dat Hoist bekend was met de prejudiciële vragen voor het aangaan van de overeenkomst. Hoist heeft dan ook geen mededelingsplicht geschonden.

De vorderingen van Hoist worden afgewezen.


A Fuijkschot
Snijders Advocaten

Vodafone niet tekortgeschoten in nakoming (ver)koopovereenkomst jegens Hoist; evenmin sprake van dwaling

Nieuws - Archief