Nieuws

Vordering voor ontstane ‘overhedges’ tegen Rabobank verjaard

31 oktober 2018

Op 12 september 2018 heeft de rechtbank Midden-Nederland een uitspraak gedaan in een geschil over het ontstaan van ‘overhedges’ (ECLI:NL:RBMNE:2018:4319). Overhedges zijn situaties waarin het totaal aan hoofdsommen van renteswaps hoger is dan de geleende bedragen waarop de renteswaps betrekking hebben. Een grote handelsonderneming in o.a. wand- en vloertegels en badmeubelen (‘eiseres’) stelt haar bankier, Rabobank, voor deze overhedges aansprakelijk. De rechtbank oordeelt dat de vordering is verjaard.

De feiten
Rabobank neemt in 2004 een door eiseres bij ABN AMRO Bank afgesloten renteswap van ABN AMRO Bank over. Deze renteswap heeft een nominale waarde van € 3.500.000,- en een looptijd tot 1 juni 2008. Op 1 april 2004 sluit eiseres bij Rabobank een rentecap af met een nominale waarde van € 10.000.000,-, een plafondrente van 4,25% en een looptijd tot 2 januari 2014. Op 23 januari 2007 wordt de looptijd van de renteswap met een hoofdsom van € 3.500.000,- verlengd tot 1 juni 2016, waarbij een rente van 4,15% wordt overeengekomen. Tevens sluit eiseres op die datum een nieuwe renteswap af bij Rabobank met een hoofdsom van € 6.500.000,-, een rente van 4,26% en een looptijd tot 1 april 2018. In september 2014 beklaagt de indirect bestuurder van eiseres zich tijdens een bespreking en per e-mail bij Rabobank over de renteswaps omdat er volgens hem tijdelijke overhedges zijn geweest. Overhedges zijn situaties waarin het totaal aan hoofdsommen van renteswaps hoger is dan de geleende bedragen waarop de renteswaps betrekking hebben.

Het oordeel van de rechtbank
Rabobank beroept zich o.a. op verjaring. De rechtbank oordeelt dat dit verweer slaagt.
Rabobank heeft aangevoerd dat zij vanaf 2009 het beleid voert om overhedges op te heffen, hetgeen eiseres niet heeft betwist. Rabobank heeft verder aangevoerd dat zij in het kader van dit beleid op 11 maart 2009 en op 17 juli 2009 met eiseres heeft gesproken over in het verleden ontstane overhedges en over het risico op het ontstaan van meer overhedges in de toekomst. De verjaringstermijn voor een rechtsvordering tot vergoeding van schade is vijf jaar na de dag waarop de benadeelde met haar schade en de daarvoor aansprakelijke persoon bekend is geworden. Als zou moeten worden aangenomen dat Rabobank ten onrechte heeft nagelaten om eiseres bij het afsluiten van de rentederivaten te wijzen op het risico van het ontstaan van overhedges (dat staat niet vast), bestaat de schade van eiseres uit te veel betaalde rente. Op het moment dat de overhedges met de registeraccountant van eiseres, werden besproken, moet hij zich hebben gerealiseerd dat eiseres te veel rente betaalde, en in de toekomst mogelijk zou gaan betalen, als gevolg van de advisering van Rabobank. Eiseres is dus tijdens de twee gesprekken in 2009 bekend geworden met haar schade, ook met de schade die zij in de toekomst mogelijk nog zou lijden, en de daarvoor aansprakelijke persoon. De verjaringstermijn van de rechtsvordering tot vergoeding van die schade is daarom, zoals Rabobank stelt, op (in ieder geval) 18 juli 2009 gaan lopen. De e‑mail van september 2014 van de directeur van eiseres, voor zover die al is aan te merken als een stuitingshandeling, is dus buiten de verjaringstermijn van 5 jaren door Rabobank ontvangen. Nu niet is gesteld of gebleken dat eiseres binnen de verjaringstermijn een stuitingshandeling heeft verricht, is de rechtsvordering tot vergoeding van schade verjaard.
Denkt u in het verleden ook schade te hebben geleden als gevolg van afgenomen (risicovolle) derivaten of andere bankproducten? Doe dan tijdig uw beklag en zorg tijdig voor een stuitingshandeling, anders staat u met lege handen.
Uiteraard kunt u ook contact met ons opnemen als u vragen heeft over dit onderwerp.

Arno Fuijkschot
Snijders Advocaten
 

Vordering voor ontstane ‘overhedges’ tegen Rabobank verjaard

Nieuws - Archief