073 720 02 00

Discriminatie op de werkvloer: ook ouders die voor een gehandicapt kind zorgen worden beschermd

Door Bijgewerkt op Geen categorie

Het Hof van Justitie heeft hierover recent een belangrijke uitspraak gedaan. Het Hof van Justitie oordeelde het verbod op indirecte discriminatie zich ook strekt tot een werkneemster die het slachtoffer is van dergelijke discriminatie vanwege de hulp die zij verleent aan haar kind met een handicap.

Wat speelde hier?

Een Italiaanse werkneemster was werkzaam als stationsmedewerker. In deze functie was zij onder andere verantwoordelijk voor het houden van toezicht en controle op een metrostation. Werkneemster had haar werkgever meermaals verzocht om haar permanent in te delen in een functie met vaste werktijden, op een lager kwalificatieniveau, zodat zij voor haar zoon kon zorgen die ingrijpende en uitgebreide zorgbehoeften heeft ten gevolge van een handicap. Werkgever had weliswaar enkele tijdelijke aanpassingen gedaan, maar weigerde deze structureel door te voeren. Zo was werkgever wel bereid om werkneemsters tijdelijk een vaste werkplek toe te wijzen en haar te voorzien van een gunstiger rooster.

Werkneemster ging tegen deze weigering van werkgever in beroep bij de Italiaanse rechtbanken. Deze zaak belandde uiteindelijk bij het Italiaanse Hof van Cassatie. Dit Hof stelde vervolgens prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie, omdat zij duidelijkheid wilde of de richtlijn gelijke behandeling in arbeid en beroep bij een werknemer die zelf geen handicap heeft, juist werd uitgelegd.

Juridisch kader

Het directe verbod van discriminatie op grond van richtlijn 2000/78/EG (de richtlijn gelijke behandeling in arbeid en beroep) is niet slechts beperkt tot personen die zelf een handicap hebben. Het verbod geldt ook in de situatie dat een werknemer mantelzorger is van een gehandicapt kind en deze werknemer in die situatie anders zou behandelen dan de werknemer die zelf een handicap heeft. Indien hier verschil in zit in de manier waarop een werkgever deze werknemers benadeeld, dan leidt dit tot indirecte discriminatie. Het beginsel van gelijke behandeling gaat zowel over indirecte als directe discriminatie. Beide mogen niet aanwezig zijn. Het EHRM (Europees Hof voor de Rechten van de Mens) heeft al eerder geoordeeld dat de discriminerende behandeling van een persoon wegens de handicap van een kind, met wie hij nauwe persoonlijke banden heeft en aan wie hij zorg verleent, moet worden gekwalificeerd als een vorm van discriminatie op grond van een handicap. Hierbij wordt geen onderscheid gemaakt tussen directe en indirecte discriminatie.

Wat oordeelde het Hof, is hier nu sprake van discriminatie?

Het Hof van Justitie oordeelde dat er in dit geval sprake is van een verbod van indirecte discriminatie op grond van een handicap. Het gaat hier namelijk om een werkneemster die zelf geen handicap heeft, maar wel een dergelijke discriminatie ondervindt vanwege de zorgtaken (als mantelzorger) die zij voor haar gehandicapte kind verricht. Het kind kan vanwege deze mantelzorger de essentiële zorg krijgen die voor zijn toestand is vereist. Deze zaak laat zien dat ook indirecte discriminatie valt onder de bescherming van de richtlijn.

 Wat zijn redelijke aanpassingen?

Uitgangspunt is dat maatregelen die de aanpassing van de werkomgeving beogen, ook kunnen worden toegepast indien de werknemer niet zelf gehandicapt is, maar de zorg heeft voor een gehandicapt kind. Hierbij kan gedacht worden aan: overplaatsing naar een andere werkplek of arbeidstijdverkorting. Of deze aanpassingen in een individuele situatie redelijk zijn, is mede afhankelijk van de financiële mogelijkheden van werkgever en of werkgever bijvoorbeeld overheidsgeld of andere vormen van steun kan krijgen. Het mag met andere woorden geen onevenredige belasting voor werkgever opleveren.  De mogelijkheid om een persoon met een handicap op een andere werkplek in te delen bestaat slechts wanneer er ten minste één functie beschikbaar is die de desbetreffende werknemer kan vervullen.

Wat betekent dit voor werkgevers?

  • Er geldt dus een breder discriminatieverbod: niet alleen werknemers met een handicap, maar ook ouders van kinderen met een handicap genieten bescherming op basis van de richtlijn.
  • Redelijke aanpassingen: werkgevers dienen te bekijken of zij werkuren, een werkplek of andere arbeidsvoorwaarden kunnen aanpassen;
  • Grenzen: deze aanpassingen mogen geen onevenredige last voor werkgever veroorzaken, maar een weigering slechts gebaseerd op tijdelijke hinder of praktische ongemakken is geen reden voor een weigering.

Mocht er een dergelijke situatie bij jou in de organisatie zich voordoen en je wil hierover wat meer informatie of een gericht advies?

De advocaten en juristen van Snijders Arbeidsrecht helpen jou hier graag bij.

Vraag & antwoord

Veelgestelde vragen

Ja, dit is opgenomen in artikel 915 van de Wet franchise. Daaruit volgt dat de franchisenemer “binnen de grenzen van redelijkheid” de “nodige maatregelen” dient te treffen om te voorkomen dat hij onder invloed van onjuiste veronderstellingen overgaat tot het sluiten van de franchiseovereenkomst.

Nee, de Wet franchise kent die verplichting niet. Wel dient er een omvangrijk PID verstrekt te worden.

De Wet franchise is niet duidelijk op dit punt. Er wordt in de Wet franchise bij deze zogenaamde “multiple franchising” wel een uitzondering voor de stand-still periode gemaakt, maar niet voor het verstrekken van de PID zelf.


Lees meer

In de Wet franchise wordt dit niet specifiek benoemd. Je zou kunnen aannemen dat de fase voor verlenging niet als een voorfase kan worden beschouwd en de precontractuele informatieverplichting (waaronder het verstrekken van de PID) niet van toepassing is. De franchisenemer die al vijf jaar de betreffende locatie heeft geëxploiteerd kent de franchiseorganisatie en de kosten en opbrengsten van de exploitatie van zijn/haar vestiging.


Lees meer

Volgens de Wet Franchise moet de franchisegever alle informatie verstrekken waarvan de franchisegever moet begrijpen dat die van belang is voor de kandidaat. Aan de andere kant is het ook zo dat er ook een onderzoekplicht is van de kandidaat. Als de aspirant-franchisenemer zelf geen onderzoek doet is dat voor diens risico.


Lees meer

Nee, de wet is heel strikt in deze 4 weken en de rechtspraak gaat hier vooralsnog in mee. Dit kwam naar voren in het kort geding van de rechtbank Midden-Nederland d.d. 30 juni 2021. De rechter overwoog (onder meer) dat in artikel 7:913 en 7:914 BW besloten ligt dat er met het verstrekken van de precontractuele informatie door de franchisegever een aanbod wordt gedaan aan de beoogde franchisenemer om op basis van de bijgevoegde ontwerp franchiseovereenkomst een franchiseovereenkomst te sluiten. Het is vervolgens aan de beoogde franchisenemer om zich te beraden of hij dit wil of dat hij nog verder wil onderhandelen met de franchisegever. De franchisegever kan in deze termijn alleen maar afwachten. Het is de franchisenemer die aan zet is.

De stand-still periode duurt 4 weken. Dit is een verplichte bedenktijd voor het sluiten van de franchiseovereenkomst. Tijdens deze periode mogen er geen wijzigingen worden doorgevoerd ten nadele van de aspirant franchisenemer. Bedoeling van deze periode is dat de kandidaat alle gelegenheid heeft om alle informatie goed te bestuderen en ook om nader onderzoek te doen. Dit moet er voor zorgen dat een kandidaat goed nadenkt en in alle rust een weloverwogen beslissing kan nemen.

Dit document wordt aan het begin van de stand-still periode door de franchisegever overhandigd aan de kandidaat franchisenemer. De PID is een erg uitgebreid document. De PID bevat namelijk alle informatie bevat die tussen franchisegever en kandidaat is uitgewisseld. De franchisegever moet hier heel zorgvuldig mee omgaan. Het ontbreken van informatie kan aanleiding zijn tot claims van de franchisenemer. De PID moet alle informatie bevatten waarvan de franchisegever moet begrijpen dat die van belang kan zijn voor de aspirant franchisenemer.

Nee. Indien uw zaak op toevoegingsbasis behandeld kan worden, kunt u het beste contact opnemen met het Juridisch Loket. Zij helpen u bij het vinden van een advocaat die op deze basis werkt.

De gemiddelde werving en selectie fee in Nederland ligt tussen de 20% en 30% van het bruto jaarsalaris (inclusief vakantiegeld en overige emolumenten). De exacte hoogte is afhankelijk van de complexiteit van de zoekopdracht, de branche en de schaarste op de arbeidsmarkt.


Lees meer

Bent u op korte termijn op zoek naar juridische professionals voor een Interim opdracht of juist op basis van werving & selectie? Bij Snijders Interim bent u aan het juiste adres. Bij Snijders Interim Community zijn de beste juridische professionals uit de markt aangesloten. Of u nu op zoek bent naar een jurist, advocaat, Legal Counsel of bedrijfsjurist op junior, medior of senior level, wij staan u graag bij in uw zoektocht. Laat het ons weten en we komen graag bij u op bezoek om onze dienstverlening verder toe te lichten

Wie stelt moet bewijzen, dat is de hoofdregel van ons burgerlijk procesrecht. Maar wat nu als u een geschil heeft met een andere partij maar u uw stellingen niet (voldoende) kunt onderbouwen? U kunt dan een verzoek indienen tot het houden van een voorlopig getuigenverhoor met als doel het vergaren van extra informatie en bewijs.


Lees meer

Veel werkgevers stellen internet en e-mail aan werknemers ter beschikking. Werknemers gebruiken dat namelijk bij het verrichten van hun werkzaamheden. Soms gebruiken werknemers echter dat internet en die e-mail (tijdens werktijd) voor tal van andere activiteiten, variërend van het lezen van privé e-mail tot het bekijken van pornofilmpjes.


Lees meer

Regelmatig worden wij met de vraag geconfronteerd of een uitlener de door hem aan een ander ter beschikking gestelde werknemers, zoals uitzendkrachten of een gedetacheerde werknemers, kan verbieden om bij de inlener in dienst te treden of dat op een andere manier kan belemmeren. Wij geven antwoord.


Lees meer

Regelmatig stellen werkgevers vragen over de, sinds 1 januari 2015 geldende, aanzegverplichting. De meest gestelde vragen en de antwoorden daarop volgen hieronder.


Lees meer

Als u een geldvordering heeft op een wanbetaler, kunt u beslag laten leggen op een bankrekening. Dat kan door een advocaat te vragen om dit te doen. Alleen advocaten (en dus niet deurwaarders) mogen aan de rechtbank toestemming vragen om conservatoir beslag te leggen.


Lees meer
Lees alle FAQ's
Wij scoren gemiddeld een 8,8 op basis van 43 referenties
Wij scoren gemiddeld een 8,8 op basis van 43 referenties