073 720 02 00

Disfunctioneren en verstoorde arbeidsverhouding: wanneer is ontbinding gerechtvaardigd?

Door Gepubliceerd op 30 januari 2026 Geen categorie

Veel werkgevers krijgen er uiteindelijk mee te maken: een disfunctionerende werknemer. En dan gaat het vaak ook nog gepaard met onderlinge spanningen. Met andere woorden: een combinatie van niet-presteren en een moeizame arbeidsrelatie.

Wat nu als informele acties, zoals het voeren van gesprekken en/of het attenderen op fouten niet tot gewenste verbetering leidt? Heb je in zo’n geval kans van slagen bij de rechter om de arbeidsovereenkomst te ontbinden? In dit artikel staan we hier, aan de hand van een uitspraak van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant, nader bij stil.

Gronden voor ontbinding
Allereerst een korte toelichting op de mogelijke ontslaggronden in Nederland. Nederland kent een gesloten ontslagstelsel wat inhoudt dat enkel op basis van de in de wet opgenomen ontslaggronden een arbeidsovereenkomst kan worden ontbonden via de rechter. In dit artikel staan we stil bij drie van de negen ontslaggronden, te weten disfunctioneren, een verstoorde arbeidsrelatie en de cumulatiegrond.

Van disfunctioneren is – kort gezegd – sprake indien de werknemer ongeschikt is tot het verrichten van de bedongen arbeid, anders dan wegens ziekte of gebreken. Indien de werknemer daaraan volgens de werkgever niet (meer) voldoet, moet een reëel verbetertraject worden doorlopen. Dat traject dient voldoende concreet te zijn ingericht en duurt in de praktijk doorgaans enkele maanden, afhankelijk van de omstandigheden van het geval.

Voor een verstoorde arbeidsrelatie is vereist dat sprake is van een ernstig en duurzaam verstoorde verhouding, zodanig dat van de werkgever redelijkerwijs niet kan worden gevergd de arbeidsovereenkomst te laten voortduren. In dat criterium ligt besloten dat herstel van de verhouding niet (meer) tot de mogelijkheden behoort. Van de werkgever mag daarom worden verwacht dat hij zich actief heeft ingespannen om de verstoring te herstellen, waarbij de inzet van mediation veelal als vereiste geldt. Pas wanneer herstel niet mogelijk blijkt, kan beëindiging op deze grond aan de orde zijn.

De cumulatiegrond biedt de mogelijkheid de arbeidsovereenkomst te ontbinden wanneer sprake is van een samenloop van omstandigheden uit meerdere ontslaggronden, terwijl geen van die gronden op zichzelf voldragen is. De rechter beoordeelt of de gezamenlijke omstandigheden — bijvoorbeeld tekortschietend functioneren in combinatie met een verstoorde arbeidsverhouding — maken dat van de werkgever redelijkerwijs niet kan worden gevergd de arbeidsovereenkomst te laten voortduren, ook wanneer nog geen volledig verbetertraject of mediation is doorlopen. In onderstaande casus was dit het geval.

Casus (ECLI:NL:RBZWB:2025:8124)
Een werknemer was vanaf november 2021 in dienst bij werkgever als Manager ICT. Ruim een jaar later stuurde het team van de werknemer een e-mail aan de raad van bestuur en de ondernemingsraad om melding te maken van het handelen van de werknemer. Ook volgden diverse verklaringen van medewerkers. Naar aanleiding van deze meldingen hebben gesprekken plaatsgevonden met alle betrokkenen, waarbij afspraken zijn gemaakt en HR als begeleider aangehaakt bleef. Ook is de mogelijkheid van externe coaching aangeboden, welke coaching daadwerkelijk is opgepakt. Een half jaar later is deze zonder bevredigend resultaat afgerond.

In februari 2025 gaf de werknemer aan dat naar zijn idee de communicatie de goede kant op ging. In maart 2025 startte echter opnieuw een interventietraject, gericht op de samenwerking van de werknemer met diverse collega’s. Werkgever concludeerde daarop dat verdere samenwerking niet meer mogelijk was en deed een voorstel tot beëindiging van het dienstverband. Daarna is nog gesproken over mediation. Omdat de werknemer meende dat dit een exit-mediation zou worden, heeft hij hieraan geen medewerking verleend.

In deze zaak verzocht de werkgever om ontbinding van de arbeidsovereenkomst op grond van de cumulatiegrond. De werkgever stelde dat sprake was van twee onvoldragen ontslaggronden: disfunctioneren en een verstoorde arbeidsverhouding. Er zouden veel problemen zijn met de communicatie van de werknemer op verschillende niveaus binnen de organisatie, waarbij de werknemer geen zelfinzicht zou tonen, met grote gevolgen voor de organisatie van de werkgever. Dit vormde uiteindelijk de grondslag voor zowel het gestelde disfunctioneren als de verstoorde arbeidsverhouding. Werknemer voerde hiertegen onder meer aan dat reeds vóór zijn komst sprake was van een angstcultuur binnen de organisatie.

De kantonrechter stelde vast dat er geen sprake was van een volledig doorlopen verbetertraject, zodat de d-grond op zichzelf onvoldoende dragend was. Tegelijkertijd achtte de kantonrechter voldoende onderbouwd dat de werknemer, als manager, niet volledig voldeed aan de functie-eisen, met name op het vlak van communicatie en samenwerking. Daarnaast achtte de kantonrechter aannemelijk dat sprake was van een ernstige en structurele verstoring van de arbeidsverhouding. Daarbij werd betekenis toegekend aan verklaringen van meerdere personen binnen de organisatie, die in samenhang bezien een consistent beeld gaven van problematische samenwerking. Ook speelde mee dat twee trajecten waren ingezet om de samenwerking te verbeteren, zonder dat dit tot een duurzame oplossing had geleid alsmede dat mediation uiteindelijk niet van de grond was gekomen.

De kantonrechter oordeelde dat sprake was van twee onvoldragen ontslaggronden, maar dat de combinatie van omstandigheden ertoe leidde dat van de werkgever in redelijkheid niet kon worden gevergd de arbeidsovereenkomst te laten voortduren. De arbeidsovereenkomst werd daarom ontbonden op de cumulatiegrond.

Conclusie
Voorgaande uitspraak laat zien dat wanneer verbetering en herstel aantoonbaar zijn nagestreefd, maar geen duurzame oplossing is bereikt, de cumulatiegrond een juridisch passend kader kan bieden om tot ontbinding te komen. Dat laat onverlet dat de vereisten die gelden bij de hiervoor genoemde ontslaggronden het uitgangspunt is en blijft en richtinggevend is voor de beoordeling. Wanneer functioneren en/of samenwerking structureel tekortschieten, is het raadzaam tijdig juridisch advies in te winnen. De advocaten en juristen van Snijders Arbeidsrecht B.V. denken graag met je mee.

 

Vraag & antwoord

Veelgestelde vragen

Ja, dit is opgenomen in artikel 915 van de Wet franchise. Daaruit volgt dat de franchisenemer “binnen de grenzen van redelijkheid” de “nodige maatregelen” dient te treffen om te voorkomen dat hij onder invloed van onjuiste veronderstellingen overgaat tot het sluiten van de franchiseovereenkomst.

Nee, de Wet franchise kent die verplichting niet. Wel dient er een omvangrijk PID verstrekt te worden.

De Wet franchise is niet duidelijk op dit punt. Er wordt in de Wet franchise bij deze zogenaamde “multiple franchising” wel een uitzondering voor de stand-still periode gemaakt, maar niet voor het verstrekken van de PID zelf.


Lees meer

In de Wet franchise wordt dit niet specifiek benoemd. Je zou kunnen aannemen dat de fase voor verlenging niet als een voorfase kan worden beschouwd en de precontractuele informatieverplichting (waaronder het verstrekken van de PID) niet van toepassing is. De franchisenemer die al vijf jaar de betreffende locatie heeft geëxploiteerd kent de franchiseorganisatie en de kosten en opbrengsten van de exploitatie van zijn/haar vestiging.


Lees meer

Volgens de Wet Franchise moet de franchisegever alle informatie verstrekken waarvan de franchisegever moet begrijpen dat die van belang is voor de kandidaat. Aan de andere kant is het ook zo dat er ook een onderzoekplicht is van de kandidaat. Als de aspirant-franchisenemer zelf geen onderzoek doet is dat voor diens risico.


Lees meer

Nee, de wet is heel strikt in deze 4 weken en de rechtspraak gaat hier vooralsnog in mee. Dit kwam naar voren in het kort geding van de rechtbank Midden-Nederland d.d. 30 juni 2021. De rechter overwoog (onder meer) dat in artikel 7:913 en 7:914 BW besloten ligt dat er met het verstrekken van de precontractuele informatie door de franchisegever een aanbod wordt gedaan aan de beoogde franchisenemer om op basis van de bijgevoegde ontwerp franchiseovereenkomst een franchiseovereenkomst te sluiten. Het is vervolgens aan de beoogde franchisenemer om zich te beraden of hij dit wil of dat hij nog verder wil onderhandelen met de franchisegever. De franchisegever kan in deze termijn alleen maar afwachten. Het is de franchisenemer die aan zet is.

De stand-still periode duurt 4 weken. Dit is een verplichte bedenktijd voor het sluiten van de franchiseovereenkomst. Tijdens deze periode mogen er geen wijzigingen worden doorgevoerd ten nadele van de aspirant franchisenemer. Bedoeling van deze periode is dat de kandidaat alle gelegenheid heeft om alle informatie goed te bestuderen en ook om nader onderzoek te doen. Dit moet er voor zorgen dat een kandidaat goed nadenkt en in alle rust een weloverwogen beslissing kan nemen.

Dit document wordt aan het begin van de stand-still periode door de franchisegever overhandigd aan de kandidaat franchisenemer. De PID is een erg uitgebreid document. De PID bevat namelijk alle informatie bevat die tussen franchisegever en kandidaat is uitgewisseld. De franchisegever moet hier heel zorgvuldig mee omgaan. Het ontbreken van informatie kan aanleiding zijn tot claims van de franchisenemer. De PID moet alle informatie bevatten waarvan de franchisegever moet begrijpen dat die van belang kan zijn voor de aspirant franchisenemer.

Nee. Indien uw zaak op toevoegingsbasis behandeld kan worden, kunt u het beste contact opnemen met het Juridisch Loket. Zij helpen u bij het vinden van een advocaat die op deze basis werkt.

De gemiddelde werving en selectie fee in Nederland ligt tussen de 20% en 30% van het bruto jaarsalaris (inclusief vakantiegeld en overige emolumenten). De exacte hoogte is afhankelijk van de complexiteit van de zoekopdracht, de branche en de schaarste op de arbeidsmarkt.


Lees meer

Bent u op korte termijn op zoek naar juridische professionals voor een Interim opdracht of juist op basis van werving & selectie? Bij Snijders Interim bent u aan het juiste adres. Bij Snijders Interim Community zijn de beste juridische professionals uit de markt aangesloten. Of u nu op zoek bent naar een jurist, advocaat, Legal Counsel of bedrijfsjurist op junior, medior of senior level, wij staan u graag bij in uw zoektocht. Laat het ons weten en we komen graag bij u op bezoek om onze dienstverlening verder toe te lichten

Wie stelt moet bewijzen, dat is de hoofdregel van ons burgerlijk procesrecht. Maar wat nu als u een geschil heeft met een andere partij maar u uw stellingen niet (voldoende) kunt onderbouwen? U kunt dan een verzoek indienen tot het houden van een voorlopig getuigenverhoor met als doel het vergaren van extra informatie en bewijs.


Lees meer

Veel werkgevers stellen internet en e-mail aan werknemers ter beschikking. Werknemers gebruiken dat namelijk bij het verrichten van hun werkzaamheden. Soms gebruiken werknemers echter dat internet en die e-mail (tijdens werktijd) voor tal van andere activiteiten, variërend van het lezen van privé e-mail tot het bekijken van pornofilmpjes.


Lees meer

Regelmatig worden wij met de vraag geconfronteerd of een uitlener de door hem aan een ander ter beschikking gestelde werknemers, zoals uitzendkrachten of een gedetacheerde werknemers, kan verbieden om bij de inlener in dienst te treden of dat op een andere manier kan belemmeren. Wij geven antwoord.


Lees meer

Regelmatig stellen werkgevers vragen over de, sinds 1 januari 2015 geldende, aanzegverplichting. De meest gestelde vragen en de antwoorden daarop volgen hieronder.


Lees meer

Als u een geldvordering heeft op een wanbetaler, kunt u beslag laten leggen op een bankrekening. Dat kan door een advocaat te vragen om dit te doen. Alleen advocaten (en dus niet deurwaarders) mogen aan de rechtbank toestemming vragen om conservatoir beslag te leggen.


Lees meer
Lees alle FAQ's
Wij scoren gemiddeld een 8,8 op basis van 43 referenties
Wij scoren gemiddeld een 8,8 op basis van 43 referenties