073 720 02 00

Een statutair bestuurder werkzaam op basis van een managementovereenkomst toch een werkneemster? Wat betekent dit bij een opzegging door werkgever?

Door Bijgewerkt op Geen categorie

In een recente uitspraak stond deze vraag centraal. De arbeidskracht in kwestie (werkneemster, blijkt achteraf) , had zich met ingang van 10 augustus 2021 als eenmanszaak ingeschreven in het Handelsregister van de KvK. In die hoedanigheid heeft zij in eerste instantie een overeenkomst van opdracht gesloten met een detacheringsbureau en is met ingang van 1 oktober 2021 gedetacheerd bij werkgeefster. Werkneemster is in eerste instantie administratieve werkzaamheden gaan verrichten. Een jaar later is de eenmanszaak van werkneemster benoemd tot statutair bestuurder bij werkgeefster. Partijen sloten hiertoe eerst een Managementovereenkomst en later een Business Contract. Op 23 december 2024 geeft werkgeefster te kennen de Managementovereenkomst met de statutair bestuurder te willen beëindigen. Werkneemster is het hier niet mee eens en meldt zich per 13 januari 2025 bij werkgeefster ziek. Werkneemster stelt zich vervolgens in de procedure op het standpunt dat zij een arbeidsovereenkomst heeft en verzoekt om uitbetaling van de wettelijke transitievergoeding en een billijke vergoeding.

Wat oordeelt de kantonrechter?

Een aantal dingen zijn in dit kader relevant.  Werkneemster heeft tegen de door werkgeefster aan haar te betalen vergoedingen werkzaamheden verricht. Deze werkzaamheden waren nodig met het oog op de normale bedrijfsvoering van werkgeefster. Vast is komen te staan dat werkneemster fulltime bij werkgeefster werkt en dat zij, op één opdracht na, niet voor derden heeft gewerkt (geen andere opdrachtgevers). In de overeenkomst van opdracht stond dat werkneemster de werkzaamheden (arbeid) persoonlijk diende te verrichten. Deze werkneemster (statutair bestuurder) heeft op de hoogte van de aan haar toekomende vergoeding geen invloed gehad (nagenoeg geen onderhandelingsruimte) en heeft zich in het economisch verkeer niet als ondernemer gedragen. Zo liep zij in de uitvoering van haar werkzaamheden geen commercieel risico.

Volgens werkgeefster zou de gezagsverhouding ontbreken, waardoor er geen sprake is van een arbeidsovereenkomst. Deze vlieger ging volgens de kantonrechter niet op, werkneemster kreeg wekelijks instructies en deze instructies had zij nodig om te kunnen functioneren en waren dus niet primair slechts gericht op het resultaat. Ook indien zij geen duidelijke instructies had gekregen was dit niet doorslaggevend geweest, omdat juist bij de functie van statutair bestuurder hoort dat werkneemster een bepaalde mate van vrijheid heeft in hoe zij deze werkzaamheden organiseert.

De rechter toetst aan de hand van het toetsingskader hoe partijen feitelijke uitvoering hebben gegeven aan deze managementovereenkomst (later Business Contract). Uiteindelijk komt de kantonrechter tot het oordeel dat op basis van deze gezichtspunten de balans meer uitslaat naar een arbeidsovereenkomst, dan naar een overeenkomst van opdracht.

Het gevolg?

Werkgeefster had geen ontslaggrond om de arbeidsovereenkomst te kunnen opzeggen. Werkneemster berust in deze opzegging en heeft verzocht om een transitievergoeding en billijke vergoeding. Deze krijgt zij beide toegekend. Zowel de wettelijke transitievergoeding als een billijke vergoeding van € 25.920,00 bruto (zes maal het bruto maandloon).

Deze uitspraak laat opnieuw zien dat de feitelijke uitvoering van doorslaggevend belang is voor de kwalificatievraag of er sprake is van een overeenkomst van opdracht (in dit geval een managementovereenkomst) of toch een arbeidsovereenkomst.  In dit geval speelde daarnaast ook mee dat in de overeenkomst opgenomen stond dat de statutair bestuurder het werk zelf diende uit te voeren.

Maken jullie binnen jullie onderneming ook gebruik van ingehuurd personeel en wil je deze overeenkomsten eens laten toetsen? Snijders Arbeidsrecht helpt je hier graag bij.

 

 

Vraag & antwoord

Veelgestelde vragen

Ja, dit is opgenomen in artikel 915 van de Wet franchise. Daaruit volgt dat de franchisenemer “binnen de grenzen van redelijkheid” de “nodige maatregelen” dient te treffen om te voorkomen dat hij onder invloed van onjuiste veronderstellingen overgaat tot het sluiten van de franchiseovereenkomst.

Nee, de Wet franchise kent die verplichting niet. Wel dient er een omvangrijk PID verstrekt te worden.

De Wet franchise is niet duidelijk op dit punt. Er wordt in de Wet franchise bij deze zogenaamde “multiple franchising” wel een uitzondering voor de stand-still periode gemaakt, maar niet voor het verstrekken van de PID zelf.


Lees meer

In de Wet franchise wordt dit niet specifiek benoemd. Je zou kunnen aannemen dat de fase voor verlenging niet als een voorfase kan worden beschouwd en de precontractuele informatieverplichting (waaronder het verstrekken van de PID) niet van toepassing is. De franchisenemer die al vijf jaar de betreffende locatie heeft geëxploiteerd kent de franchiseorganisatie en de kosten en opbrengsten van de exploitatie van zijn/haar vestiging.


Lees meer

Volgens de Wet Franchise moet de franchisegever alle informatie verstrekken waarvan de franchisegever moet begrijpen dat die van belang is voor de kandidaat. Aan de andere kant is het ook zo dat er ook een onderzoekplicht is van de kandidaat. Als de aspirant-franchisenemer zelf geen onderzoek doet is dat voor diens risico.


Lees meer

Nee, de wet is heel strikt in deze 4 weken en de rechtspraak gaat hier vooralsnog in mee. Dit kwam naar voren in het kort geding van de rechtbank Midden-Nederland d.d. 30 juni 2021. De rechter overwoog (onder meer) dat in artikel 7:913 en 7:914 BW besloten ligt dat er met het verstrekken van de precontractuele informatie door de franchisegever een aanbod wordt gedaan aan de beoogde franchisenemer om op basis van de bijgevoegde ontwerp franchiseovereenkomst een franchiseovereenkomst te sluiten. Het is vervolgens aan de beoogde franchisenemer om zich te beraden of hij dit wil of dat hij nog verder wil onderhandelen met de franchisegever. De franchisegever kan in deze termijn alleen maar afwachten. Het is de franchisenemer die aan zet is.

De stand-still periode duurt 4 weken. Dit is een verplichte bedenktijd voor het sluiten van de franchiseovereenkomst. Tijdens deze periode mogen er geen wijzigingen worden doorgevoerd ten nadele van de aspirant franchisenemer. Bedoeling van deze periode is dat de kandidaat alle gelegenheid heeft om alle informatie goed te bestuderen en ook om nader onderzoek te doen. Dit moet er voor zorgen dat een kandidaat goed nadenkt en in alle rust een weloverwogen beslissing kan nemen.

Dit document wordt aan het begin van de stand-still periode door de franchisegever overhandigd aan de kandidaat franchisenemer. De PID is een erg uitgebreid document. De PID bevat namelijk alle informatie bevat die tussen franchisegever en kandidaat is uitgewisseld. De franchisegever moet hier heel zorgvuldig mee omgaan. Het ontbreken van informatie kan aanleiding zijn tot claims van de franchisenemer. De PID moet alle informatie bevatten waarvan de franchisegever moet begrijpen dat die van belang kan zijn voor de aspirant franchisenemer.

Nee. Indien uw zaak op toevoegingsbasis behandeld kan worden, kunt u het beste contact opnemen met het Juridisch Loket. Zij helpen u bij het vinden van een advocaat die op deze basis werkt.

De gemiddelde werving en selectie fee in Nederland ligt tussen de 20% en 30% van het bruto jaarsalaris (inclusief vakantiegeld en overige emolumenten). De exacte hoogte is afhankelijk van de complexiteit van de zoekopdracht, de branche en de schaarste op de arbeidsmarkt.


Lees meer

Bent u op korte termijn op zoek naar juridische professionals voor een Interim opdracht of juist op basis van werving & selectie? Bij Snijders Interim bent u aan het juiste adres. Bij Snijders Interim Community zijn de beste juridische professionals uit de markt aangesloten. Of u nu op zoek bent naar een jurist, advocaat, Legal Counsel of bedrijfsjurist op junior, medior of senior level, wij staan u graag bij in uw zoektocht. Laat het ons weten en we komen graag bij u op bezoek om onze dienstverlening verder toe te lichten

Wie stelt moet bewijzen, dat is de hoofdregel van ons burgerlijk procesrecht. Maar wat nu als u een geschil heeft met een andere partij maar u uw stellingen niet (voldoende) kunt onderbouwen? U kunt dan een verzoek indienen tot het houden van een voorlopig getuigenverhoor met als doel het vergaren van extra informatie en bewijs.


Lees meer

Veel werkgevers stellen internet en e-mail aan werknemers ter beschikking. Werknemers gebruiken dat namelijk bij het verrichten van hun werkzaamheden. Soms gebruiken werknemers echter dat internet en die e-mail (tijdens werktijd) voor tal van andere activiteiten, variërend van het lezen van privé e-mail tot het bekijken van pornofilmpjes.


Lees meer

Regelmatig worden wij met de vraag geconfronteerd of een uitlener de door hem aan een ander ter beschikking gestelde werknemers, zoals uitzendkrachten of een gedetacheerde werknemers, kan verbieden om bij de inlener in dienst te treden of dat op een andere manier kan belemmeren. Wij geven antwoord.


Lees meer

Regelmatig stellen werkgevers vragen over de, sinds 1 januari 2015 geldende, aanzegverplichting. De meest gestelde vragen en de antwoorden daarop volgen hieronder.


Lees meer

Als u een geldvordering heeft op een wanbetaler, kunt u beslag laten leggen op een bankrekening. Dat kan door een advocaat te vragen om dit te doen. Alleen advocaten (en dus niet deurwaarders) mogen aan de rechtbank toestemming vragen om conservatoir beslag te leggen.


Lees meer
Lees alle FAQ's
Wij scoren gemiddeld een 8,8 op basis van 43 referenties
Wij scoren gemiddeld een 8,8 op basis van 43 referenties