073 720 02 00

Gelijkwaardige beloning is geen nieuwe naam voor de oude inlenersbeloning

Door Gepubliceerd op 28 april 2026 Geen categorie

Op het eerste gezicht lijkt gelijkwaardige beloning een nieuwe benaming voor de oude inlenersbeloning. Dit ligt echter wat genuanceerder. De norm uit de Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs (hierna: “Waadi”), de inlenersbeloning uit de vorige cao voor Uitzendkrachten 2024 – 2025 (hierna: “de vorige Cao”) en de gelijkwaardige beloning uit de nieuwe Cao voor Uitzendkrachten 2026-2028 (hierna: “de Cao”) hangen met elkaar samen, maar zijn niet zonder meer aan elkaar gelijk te stellen. Voor de praktijk is dat relevant zoals wij in dit artikel toelichten.

De Waadi als wettelijk vertrekpunt

De Waadi bevat het wettelijke minimumkader. Artikel 8 bepaalt dat de arbeidskracht die niet in het kader van payrolling ter beschikking is gesteld, recht heeft op ten minste dezelfde arbeidsvoorwaarden als werknemers in gelijke of gelijkwaardige functies bij de inlener. Het gaat daarbij om loon en overige vergoedingen en, voor zover bij de inlener geldend, om arbeidstijden, overwerk, rusttijden, nachtdienst, pauzes, vakantie en feestdagen. Heeft de inlener zelf geen vergelijkbare werknemers in dienst, dan verschuift de vergelijking naar de sector. Dezelfde bepaling maakt ook duidelijk dat bij cao van deze wettelijke regeling kan worden afgeweken.

De vorige Cao: een limitatieve inlenersbeloning

De vorige Cao werkte niet met een open vergelijking van het gehele pakket aan arbeidsvoorwaarden. Artikel 16 koos voor een limitatieve cao-regeling van de inlenersbeloning. Die bestond uit tien elementen: het periodeloon, arbeidsduurverkorting, alle toeslagen, initiële loonsverhogingen, kostenvergoedingen, periodieken, vergoeding van reisuren of reistijd, eenmalige uitkeringen, thuiswerkvergoedingen en vaste eindejaarsuitkeringen.

De nieuwe Cao: gelijkwaardig in plaats van limitatief

Met ingang van 1 januari 2026 is de systematiek wezenlijk veranderd. Artikel 21 van de Cao geeft de uitzendkracht recht op gelijkwaardige beloning. Niet langer staat een limitatieve lijst centraal, maar de totale waarde van het arbeidsvoorwaardenpakket. De Cao onderscheidt daarbij essentiële arbeidsvoorwaarden, zoals loon en overige vergoedingen en de regels over arbeidstijd, overwerk, rust, vakantie en feestdagen en daarnaast de niet-essentiële arbeidsvoorwaarden. Zowel het totaal van de essentiële voorwaarden als het totaalpakket van alle voorwaarden moet ten minste gelijkwaardig zijn aan dat van de vergelijkbare werknemer bij de uitlener.

Niet iedere arbeidsvoorwaarde hoeft exact hetzelfde te zijn, zolang de uitkomst per saldo maar ten minste gelijkwaardig is. De Cao trekt daarbij wel een harde grens: een nadeel op een essentiële arbeidsvoorwaarde mag alleen worden gecompenseerd met een andere essentiële arbeidsvoorwaarde. Dat is precies de reden waarom een uitvraag van de uitlener die zich beperkt tot uurloon, toeslagen en periodiek niet meer volstaat. Voor een juiste toepassing moet inzicht bestaan in de arbeidsvoorwaarden in volle breedte.

Die verbreding zie je ook terug in de uitvoering. Artikel 23 van de Cao bepaalt dat de beloning van de uitzendkracht wordt vastgesteld op basis van de waarde van elke arbeidsvoorwaarde bij de uitlener en op basis van de informatie die de uitlener op grond van artikel 12a Waadi verstrekt. De uitlener moet de uitkomst vervolgens schriftelijk aan de uitzendkracht bevestigen.

Belangrijk detail: de Waadi-route bestaat nog steeds

De komst van gelijkwaardige beloning betekent niet dat de Waadi uit beeld is verdwenen. Artikel 22 van de Cao bepaalt juist dat de uitlener er per inlener voor kan kiezen om overeenkomstig artikel 8 lid 1 Waadi dezelfde arbeidsvoorwaarden toe te passen als die gelden voor de vergelijkbare werknemer bij de inlener. De huidige cao kent dus feitelijk twee routes: de hoofdroute van gelijkwaardige beloning en de keuzeroute van dezelfde arbeidsvoorwaarden conform de Waadi.

Wat betekent dit nu concreet?

Voor inleners betekent het voorgaande dat een opgave van alleen loon en toeslagen doorgaans niet meer volstaat. Omdat de vergelijking onder de Cao ziet op de totale waarde van het arbeidsvoorwaardenpakket, zullen inleners meer en preciezere informatie moeten aanleveren over de arbeidsvoorwaarden die binnen hun onderneming gelden. Denk daarbij niet alleen aan het loon, maar ook aan andere essentiële en niet essentiële arbeidsvoorwaarden die voor de vergelijking van belang kunnen zijn.

Als de arbeidsvoorwaarden van de uitzendkracht onjuist worden vastgesteld doordat de inlener onjuiste of onvolledige informatie verstrekt, kan dat leiden tot claims en dus nabetaling. Daarnaast kunnen uitzendkrachten of vakbonden de kwestie aan de Nederlandse Arbeidsinspectie voorleggen.

Voor uitleners betekent dit dat zij niet meer kunnen volstaan met het verwerken van enkele losse looncomponenten. Van hen wordt verwacht dat zij actief doorvragen en op basis daarvan een verdedigbare beloningsvergelijking maken.

Meer weten over de gevolgen voor uw organisatie of over de juiste uitvraag richting in- en uitleners? Neem gerust contact op met één van onze arbeidsrechtspecialisten.

 

Vraag & antwoord

Veelgestelde vragen

Ja, dit is opgenomen in artikel 915 van de Wet franchise. Daaruit volgt dat de franchisenemer “binnen de grenzen van redelijkheid” de “nodige maatregelen” dient te treffen om te voorkomen dat hij onder invloed van onjuiste veronderstellingen overgaat tot het sluiten van de franchiseovereenkomst.

Nee, de Wet franchise kent die verplichting niet. Wel dient er een omvangrijk PID verstrekt te worden.

De Wet franchise is niet duidelijk op dit punt. Er wordt in de Wet franchise bij deze zogenaamde “multiple franchising” wel een uitzondering voor de stand-still periode gemaakt, maar niet voor het verstrekken van de PID zelf.


Lees meer

In de Wet franchise wordt dit niet specifiek benoemd. Je zou kunnen aannemen dat de fase voor verlenging niet als een voorfase kan worden beschouwd en de precontractuele informatieverplichting (waaronder het verstrekken van de PID) niet van toepassing is. De franchisenemer die al vijf jaar de betreffende locatie heeft geëxploiteerd kent de franchiseorganisatie en de kosten en opbrengsten van de exploitatie van zijn/haar vestiging.


Lees meer

Volgens de Wet Franchise moet de franchisegever alle informatie verstrekken waarvan de franchisegever moet begrijpen dat die van belang is voor de kandidaat. Aan de andere kant is het ook zo dat er ook een onderzoekplicht is van de kandidaat. Als de aspirant-franchisenemer zelf geen onderzoek doet is dat voor diens risico.


Lees meer

Nee, de wet is heel strikt in deze 4 weken en de rechtspraak gaat hier vooralsnog in mee. Dit kwam naar voren in het kort geding van de rechtbank Midden-Nederland d.d. 30 juni 2021. De rechter overwoog (onder meer) dat in artikel 7:913 en 7:914 BW besloten ligt dat er met het verstrekken van de precontractuele informatie door de franchisegever een aanbod wordt gedaan aan de beoogde franchisenemer om op basis van de bijgevoegde ontwerp franchiseovereenkomst een franchiseovereenkomst te sluiten. Het is vervolgens aan de beoogde franchisenemer om zich te beraden of hij dit wil of dat hij nog verder wil onderhandelen met de franchisegever. De franchisegever kan in deze termijn alleen maar afwachten. Het is de franchisenemer die aan zet is.

De stand-still periode duurt 4 weken. Dit is een verplichte bedenktijd voor het sluiten van de franchiseovereenkomst. Tijdens deze periode mogen er geen wijzigingen worden doorgevoerd ten nadele van de aspirant franchisenemer. Bedoeling van deze periode is dat de kandidaat alle gelegenheid heeft om alle informatie goed te bestuderen en ook om nader onderzoek te doen. Dit moet er voor zorgen dat een kandidaat goed nadenkt en in alle rust een weloverwogen beslissing kan nemen.

Dit document wordt aan het begin van de stand-still periode door de franchisegever overhandigd aan de kandidaat franchisenemer. De PID is een erg uitgebreid document. De PID bevat namelijk alle informatie bevat die tussen franchisegever en kandidaat is uitgewisseld. De franchisegever moet hier heel zorgvuldig mee omgaan. Het ontbreken van informatie kan aanleiding zijn tot claims van de franchisenemer. De PID moet alle informatie bevatten waarvan de franchisegever moet begrijpen dat die van belang kan zijn voor de aspirant franchisenemer.

Nee. Indien uw zaak op toevoegingsbasis behandeld kan worden, kunt u het beste contact opnemen met het Juridisch Loket. Zij helpen u bij het vinden van een advocaat die op deze basis werkt.

De gemiddelde werving en selectie fee in Nederland ligt tussen de 20% en 30% van het bruto jaarsalaris (inclusief vakantiegeld en overige emolumenten). De exacte hoogte is afhankelijk van de complexiteit van de zoekopdracht, de branche en de schaarste op de arbeidsmarkt.


Lees meer

Bent u op korte termijn op zoek naar juridische professionals voor een Interim opdracht of juist op basis van werving & selectie? Bij Snijders Interim bent u aan het juiste adres. Bij Snijders Interim Community zijn de beste juridische professionals uit de markt aangesloten. Of u nu op zoek bent naar een jurist, advocaat, Legal Counsel of bedrijfsjurist op junior, medior of senior level, wij staan u graag bij in uw zoektocht. Laat het ons weten en we komen graag bij u op bezoek om onze dienstverlening verder toe te lichten

Wie stelt moet bewijzen, dat is de hoofdregel van ons burgerlijk procesrecht. Maar wat nu als u een geschil heeft met een andere partij maar u uw stellingen niet (voldoende) kunt onderbouwen? U kunt dan een verzoek indienen tot het houden van een voorlopig getuigenverhoor met als doel het vergaren van extra informatie en bewijs.


Lees meer

Veel werkgevers stellen internet en e-mail aan werknemers ter beschikking. Werknemers gebruiken dat namelijk bij het verrichten van hun werkzaamheden. Soms gebruiken werknemers echter dat internet en die e-mail (tijdens werktijd) voor tal van andere activiteiten, variërend van het lezen van privé e-mail tot het bekijken van pornofilmpjes.


Lees meer

Regelmatig worden wij met de vraag geconfronteerd of een uitlener de door hem aan een ander ter beschikking gestelde werknemers, zoals uitzendkrachten of een gedetacheerde werknemers, kan verbieden om bij de inlener in dienst te treden of dat op een andere manier kan belemmeren. Wij geven antwoord.


Lees meer

Regelmatig stellen werkgevers vragen over de, sinds 1 januari 2015 geldende, aanzegverplichting. De meest gestelde vragen en de antwoorden daarop volgen hieronder.


Lees meer

Als u een geldvordering heeft op een wanbetaler, kunt u beslag laten leggen op een bankrekening. Dat kan door een advocaat te vragen om dit te doen. Alleen advocaten (en dus niet deurwaarders) mogen aan de rechtbank toestemming vragen om conservatoir beslag te leggen.


Lees meer
Lees alle FAQ's
Wij scoren gemiddeld een 8,8 op basis van 43 referenties
Wij scoren gemiddeld een 8,8 op basis van 43 referenties