Gelijkwaardige beloning is geen nieuwe naam voor de oude inlenersbeloning
Op het eerste gezicht lijkt gelijkwaardige beloning een nieuwe benaming voor de oude inlenersbeloning. Dit ligt echter wat genuanceerder. De norm uit de Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs (hierna: “Waadi”), de inlenersbeloning uit de vorige cao voor Uitzendkrachten 2024 – 2025 (hierna: “de vorige Cao”) en de gelijkwaardige beloning uit de nieuwe Cao voor Uitzendkrachten 2026-2028 (hierna: “de Cao”) hangen met elkaar samen, maar zijn niet zonder meer aan elkaar gelijk te stellen. Voor de praktijk is dat relevant zoals wij in dit artikel toelichten.
De Waadi als wettelijk vertrekpunt
De Waadi bevat het wettelijke minimumkader. Artikel 8 bepaalt dat de arbeidskracht die niet in het kader van payrolling ter beschikking is gesteld, recht heeft op ten minste dezelfde arbeidsvoorwaarden als werknemers in gelijke of gelijkwaardige functies bij de inlener. Het gaat daarbij om loon en overige vergoedingen en, voor zover bij de inlener geldend, om arbeidstijden, overwerk, rusttijden, nachtdienst, pauzes, vakantie en feestdagen. Heeft de inlener zelf geen vergelijkbare werknemers in dienst, dan verschuift de vergelijking naar de sector. Dezelfde bepaling maakt ook duidelijk dat bij cao van deze wettelijke regeling kan worden afgeweken.
De vorige Cao: een limitatieve inlenersbeloning
De vorige Cao werkte niet met een open vergelijking van het gehele pakket aan arbeidsvoorwaarden. Artikel 16 koos voor een limitatieve cao-regeling van de inlenersbeloning. Die bestond uit tien elementen: het periodeloon, arbeidsduurverkorting, alle toeslagen, initiële loonsverhogingen, kostenvergoedingen, periodieken, vergoeding van reisuren of reistijd, eenmalige uitkeringen, thuiswerkvergoedingen en vaste eindejaarsuitkeringen.
De nieuwe Cao: gelijkwaardig in plaats van limitatief
Met ingang van 1 januari 2026 is de systematiek wezenlijk veranderd. Artikel 21 van de Cao geeft de uitzendkracht recht op gelijkwaardige beloning. Niet langer staat een limitatieve lijst centraal, maar de totale waarde van het arbeidsvoorwaardenpakket. De Cao onderscheidt daarbij essentiële arbeidsvoorwaarden, zoals loon en overige vergoedingen en de regels over arbeidstijd, overwerk, rust, vakantie en feestdagen en daarnaast de niet-essentiële arbeidsvoorwaarden. Zowel het totaal van de essentiële voorwaarden als het totaalpakket van alle voorwaarden moet ten minste gelijkwaardig zijn aan dat van de vergelijkbare werknemer bij de uitlener.
Niet iedere arbeidsvoorwaarde hoeft exact hetzelfde te zijn, zolang de uitkomst per saldo maar ten minste gelijkwaardig is. De Cao trekt daarbij wel een harde grens: een nadeel op een essentiële arbeidsvoorwaarde mag alleen worden gecompenseerd met een andere essentiële arbeidsvoorwaarde. Dat is precies de reden waarom een uitvraag van de uitlener die zich beperkt tot uurloon, toeslagen en periodiek niet meer volstaat. Voor een juiste toepassing moet inzicht bestaan in de arbeidsvoorwaarden in volle breedte.
Die verbreding zie je ook terug in de uitvoering. Artikel 23 van de Cao bepaalt dat de beloning van de uitzendkracht wordt vastgesteld op basis van de waarde van elke arbeidsvoorwaarde bij de uitlener en op basis van de informatie die de uitlener op grond van artikel 12a Waadi verstrekt. De uitlener moet de uitkomst vervolgens schriftelijk aan de uitzendkracht bevestigen.
Belangrijk detail: de Waadi-route bestaat nog steeds
De komst van gelijkwaardige beloning betekent niet dat de Waadi uit beeld is verdwenen. Artikel 22 van de Cao bepaalt juist dat de uitlener er per inlener voor kan kiezen om overeenkomstig artikel 8 lid 1 Waadi dezelfde arbeidsvoorwaarden toe te passen als die gelden voor de vergelijkbare werknemer bij de inlener. De huidige cao kent dus feitelijk twee routes: de hoofdroute van gelijkwaardige beloning en de keuzeroute van dezelfde arbeidsvoorwaarden conform de Waadi.
Wat betekent dit nu concreet?
Voor inleners betekent het voorgaande dat een opgave van alleen loon en toeslagen doorgaans niet meer volstaat. Omdat de vergelijking onder de Cao ziet op de totale waarde van het arbeidsvoorwaardenpakket, zullen inleners meer en preciezere informatie moeten aanleveren over de arbeidsvoorwaarden die binnen hun onderneming gelden. Denk daarbij niet alleen aan het loon, maar ook aan andere essentiële en niet essentiële arbeidsvoorwaarden die voor de vergelijking van belang kunnen zijn.
Als de arbeidsvoorwaarden van de uitzendkracht onjuist worden vastgesteld doordat de inlener onjuiste of onvolledige informatie verstrekt, kan dat leiden tot claims en dus nabetaling. Daarnaast kunnen uitzendkrachten of vakbonden de kwestie aan de Nederlandse Arbeidsinspectie voorleggen.
Voor uitleners betekent dit dat zij niet meer kunnen volstaan met het verwerken van enkele losse looncomponenten. Van hen wordt verwacht dat zij actief doorvragen en op basis daarvan een verdedigbare beloningsvergelijking maken.
Meer weten over de gevolgen voor uw organisatie of over de juiste uitvraag richting in- en uitleners? Neem gerust contact op met één van onze arbeidsrechtspecialisten.


