Herplaatsingsplicht bij reorganisatie: méér dan een afvinklijstje
Wanneer je bij een bedrijfseconomisch ontslag als werkgever afscheid wilt nemen van een werknemer, ben je gebonden aan een aantal voorwaarden. Eén daarvan is de herplaatsingsverplichting. Pas als herplaatsing niet mogelijk blijkt, mag pas wettelijk gezien tot beëindiging worden overgegaan.
Maar hoe ver strekt die verplichting eigenlijk? Wat mag van jou als werkgever worden verwacht? En hoe wordt daar in de praktijk op getoetst? In dit artikel bespreek ik kort de juridische kaders, gevolgd door een recente uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam waarin deze verplichting weer scherp onder de loep werd gelegd.
Juridisch kader: herplaatsing als inspanningsverplichting
De herplaatsingsverplichting is wettelijk verankerd in artikel 7:669 lid 1 Burgerlijk Wetboek. Daaruit volgt dat herplaatsing in een andere passende functie moet worden onderzocht binnen een redelijke termijn, eventueel met behulp van om- of bijscholing.
Het gaat hierbij om een inspanningsverplichting, geen resultaatverplichting. Dat betekent dat je als werkgever niet hoeft te garanderen dat herplaatsing slaagt, maar wel dat je aantoonbaar serieuze / actieve inspanningen levert.
Onder een redelijke termijn wordt de wettelijke opzegtermijn verstaan. Deze termijn gaat lopen vanaf het moment van de beslissing door het UWV over het bedrijfseconomisch ontslag.
De invulling van de herplaatsingsverplichting is uiteindelijk maatwerk. Wat in het ene geval voldoende is, kan in het andere geval tekortschieten. Dat werd onlangs nog benadrukt in de hiervoor genoemde uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam.
Gerechtshof Amsterdam: standaardprocedures volstaan niet altijd (ECLI:NL:GHAMS:2025:1768)
In deze zaak ging het om een werknemer van ING die boventallig was verklaard vanwege een reorganisatie. De werknemer was 50 jaar oud, had 25 dienstjaren en bekleedde een hoge leidinggevende positie met riant salaris. Er waren weinig functies op vergelijkbaar niveau beschikbaar. Tegelijkertijd was de werknemer niet bereid om (veel) in te leveren op arbeidsvoorwaarden.
ING hanteerde bij de reorganisaties een vast proces zoals opgenomen in het sociaal plan: vacatures werden intern gepubliceerd, medewerkers moeten hierop zelf solliciteren, er zijn netwerkbijeenkomsten en een coach van een extern bureau werd toegewezen.
Ook in dit geval wees ING de werknemer dus niet actief op passende vacatures, werd door ING zelf geen individueel herplaatsingsgesprek gevoerd en zijn interne sollicitatie (voor herplaatsing) werd niet conform de geldende richtlijnen opgepakt. Met andere woorden werd de werknemer feitelijk overgelaten aan zijn lot en was er geen betrokkenheid vanuit ING zelf. Het was duidelijk dat ING niet wenste dat werknemer herplaatst zou worden.
Het hof oordeelde dat ING hiermee ernstig tekort was geschoten in haar verplichting. Juist gezien de positie, ervaring en dienstjaren van de werknemer mocht van ING méér betrokkenheid worden verwacht. Het standaardproces uit het sociaal plan bood in dit geval dus onvoldoende waarborg.
Het gevolg: het Gerechtshof oordeelde dat de aangenomen houding van ING – alle omstandigheden bekijkend – ernstig verwijtbaar was. ING werd veroordeeld tot betaling van een (forse) billijke vergoeding van € 220.000,- bruto.
Conclusie: herplaatsing vraagt om oprechte betrokkenheid
Deze uitspraak laat weer goed zien dat de herplaatsingsverplichting méér is dan een formaliteit. Als werkgever moet je aantoonbaar en serieus invulling geven aan deze inspanningsverplichting. Dit kan dus ook inhouden dat je niet alleen verwijst naar een interne vacaturebank of een extern coachtraject, maar zelf actief meedenkt – zeker in situaties waarin herplaatsingsmogelijkheden beperkt zijn en/of de werknemer een bijzondere positie heeft. Een sociaal plan biedt daarbij houvast, maar vormt géén vrijbrief om maatwerk achterwege te laten.
Wil je de arbeidsovereenkomst met een werknemer beëindigen? Zorg dan dat je:
- actief onderzoekt of passende functies beschikbaar zijn;
- actief met de werknemer in gesprek gaat;
- en deze (herplaatsing-)inspanningen goed vastlegt.
Dat voorkomt discussie – en mogelijk ook financiële schade achteraf. Wij kijken en denken hierin graag met je mee!


