073 720 02 00

Herplaatsingsplicht bij reorganisatie: méér dan een afvinklijstje

Door Gepubliceerd op 5 augustus 2025 Geen categorie

Wanneer je bij een bedrijfseconomisch ontslag als werkgever afscheid wilt nemen van een werknemer, ben je gebonden aan een aantal voorwaarden. Eén daarvan is de herplaatsingsverplichting. Pas als herplaatsing niet mogelijk blijkt, mag pas wettelijk gezien tot beëindiging worden overgegaan.

Maar hoe ver strekt die verplichting eigenlijk? Wat mag van jou als werkgever worden verwacht? En hoe wordt daar in de praktijk op getoetst? In dit artikel bespreek ik kort de juridische kaders, gevolgd door een recente uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam waarin deze verplichting weer scherp onder de loep werd gelegd.

Juridisch kader: herplaatsing als inspanningsverplichting

De herplaatsingsverplichting is wettelijk verankerd in artikel 7:669 lid 1 Burgerlijk Wetboek. Daaruit volgt dat herplaatsing in een andere passende functie moet worden onderzocht binnen een redelijke termijn, eventueel met behulp van om- of bijscholing.

Het gaat hierbij om een inspanningsverplichting, geen resultaatverplichting. Dat betekent dat je als werkgever niet hoeft te garanderen dat herplaatsing slaagt, maar wel dat je aantoonbaar serieuze / actieve inspanningen levert.

Onder een redelijke termijn wordt de wettelijke opzegtermijn verstaan. Deze termijn gaat lopen vanaf het moment van de beslissing door het UWV over het bedrijfseconomisch ontslag.

De invulling van de herplaatsingsverplichting is uiteindelijk maatwerk. Wat in het ene geval voldoende is, kan in het andere geval tekortschieten. Dat werd onlangs nog benadrukt in de hiervoor genoemde uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam.

Gerechtshof Amsterdam: standaardprocedures volstaan niet altijd (ECLI:NL:GHAMS:2025:1768)

In deze zaak ging het om een werknemer van ING die boventallig was verklaard vanwege een reorganisatie. De werknemer was 50 jaar oud, had 25 dienstjaren en bekleedde een hoge leidinggevende positie met riant salaris. Er waren weinig functies op vergelijkbaar niveau beschikbaar. Tegelijkertijd was de werknemer niet bereid om (veel) in te leveren op arbeidsvoorwaarden.

ING hanteerde bij de reorganisaties een vast proces zoals opgenomen in het sociaal plan: vacatures werden intern gepubliceerd, medewerkers moeten hierop zelf solliciteren, er zijn netwerkbijeenkomsten en een coach van een extern bureau werd toegewezen.

Ook in dit geval wees ING de werknemer dus niet actief op passende vacatures, werd door ING zelf geen individueel herplaatsingsgesprek gevoerd en zijn interne sollicitatie (voor herplaatsing) werd niet conform de geldende richtlijnen opgepakt. Met andere woorden werd de werknemer feitelijk overgelaten aan zijn lot en was er geen betrokkenheid vanuit ING zelf. Het was duidelijk dat ING niet wenste dat werknemer herplaatst zou worden.

Het hof oordeelde dat ING hiermee ernstig tekort was geschoten in haar verplichting. Juist gezien de positie, ervaring en dienstjaren van de werknemer mocht van ING méér betrokkenheid worden verwacht. Het standaardproces uit het sociaal plan bood in dit geval dus onvoldoende waarborg.

Het gevolg: het Gerechtshof oordeelde dat de aangenomen houding van ING – alle omstandigheden bekijkend – ernstig verwijtbaar was. ING werd veroordeeld tot betaling van een (forse) billijke vergoeding van € 220.000,- bruto.

Conclusie: herplaatsing vraagt om oprechte betrokkenheid

Deze uitspraak laat weer goed zien dat de herplaatsingsverplichting méér is dan een formaliteit. Als werkgever moet je aantoonbaar en serieus invulling geven aan deze inspanningsverplichting. Dit kan dus ook inhouden dat je niet alleen verwijst naar een interne vacaturebank of een extern coachtraject, maar zelf actief meedenkt – zeker in situaties waarin herplaatsingsmogelijkheden beperkt zijn en/of de werknemer een bijzondere positie heeft. Een sociaal plan biedt daarbij houvast, maar vormt géén vrijbrief om maatwerk achterwege te laten.

Wil je de arbeidsovereenkomst met een werknemer beëindigen? Zorg dan dat je:

  • actief onderzoekt of passende functies beschikbaar zijn;
  • actief met de werknemer in gesprek gaat;
  • en deze (herplaatsing-)inspanningen goed vastlegt.

Dat voorkomt discussie – en mogelijk ook financiële schade achteraf. Wij kijken en denken hierin graag met je mee!

 

Vraag & antwoord

Veelgestelde vragen

Ja, dit is opgenomen in artikel 915 van de Wet franchise. Daaruit volgt dat de franchisenemer “binnen de grenzen van redelijkheid” de “nodige maatregelen” dient te treffen om te voorkomen dat hij onder invloed van onjuiste veronderstellingen overgaat tot het sluiten van de franchiseovereenkomst.

Nee, de Wet franchise kent die verplichting niet. Wel dient er een omvangrijk PID verstrekt te worden.

De Wet franchise is niet duidelijk op dit punt. Er wordt in de Wet franchise bij deze zogenaamde “multiple franchising” wel een uitzondering voor de stand-still periode gemaakt, maar niet voor het verstrekken van de PID zelf.


Lees meer

In de Wet franchise wordt dit niet specifiek benoemd. Je zou kunnen aannemen dat de fase voor verlenging niet als een voorfase kan worden beschouwd en de precontractuele informatieverplichting (waaronder het verstrekken van de PID) niet van toepassing is. De franchisenemer die al vijf jaar de betreffende locatie heeft geëxploiteerd kent de franchiseorganisatie en de kosten en opbrengsten van de exploitatie van zijn/haar vestiging.


Lees meer

Volgens de Wet Franchise moet de franchisegever alle informatie verstrekken waarvan de franchisegever moet begrijpen dat die van belang is voor de kandidaat. Aan de andere kant is het ook zo dat er ook een onderzoekplicht is van de kandidaat. Als de aspirant-franchisenemer zelf geen onderzoek doet is dat voor diens risico.


Lees meer

Nee, de wet is heel strikt in deze 4 weken en de rechtspraak gaat hier vooralsnog in mee. Dit kwam naar voren in het kort geding van de rechtbank Midden-Nederland d.d. 30 juni 2021. De rechter overwoog (onder meer) dat in artikel 7:913 en 7:914 BW besloten ligt dat er met het verstrekken van de precontractuele informatie door de franchisegever een aanbod wordt gedaan aan de beoogde franchisenemer om op basis van de bijgevoegde ontwerp franchiseovereenkomst een franchiseovereenkomst te sluiten. Het is vervolgens aan de beoogde franchisenemer om zich te beraden of hij dit wil of dat hij nog verder wil onderhandelen met de franchisegever. De franchisegever kan in deze termijn alleen maar afwachten. Het is de franchisenemer die aan zet is.

De stand-still periode duurt 4 weken. Dit is een verplichte bedenktijd voor het sluiten van de franchiseovereenkomst. Tijdens deze periode mogen er geen wijzigingen worden doorgevoerd ten nadele van de aspirant franchisenemer. Bedoeling van deze periode is dat de kandidaat alle gelegenheid heeft om alle informatie goed te bestuderen en ook om nader onderzoek te doen. Dit moet er voor zorgen dat een kandidaat goed nadenkt en in alle rust een weloverwogen beslissing kan nemen.

Dit document wordt aan het begin van de stand-still periode door de franchisegever overhandigd aan de kandidaat franchisenemer. De PID is een erg uitgebreid document. De PID bevat namelijk alle informatie bevat die tussen franchisegever en kandidaat is uitgewisseld. De franchisegever moet hier heel zorgvuldig mee omgaan. Het ontbreken van informatie kan aanleiding zijn tot claims van de franchisenemer. De PID moet alle informatie bevatten waarvan de franchisegever moet begrijpen dat die van belang kan zijn voor de aspirant franchisenemer.

Nee. Indien uw zaak op toevoegingsbasis behandeld kan worden, kunt u het beste contact opnemen met het Juridisch Loket. Zij helpen u bij het vinden van een advocaat die op deze basis werkt.

De gemiddelde werving en selectie fee in Nederland ligt tussen de 20% en 30% van het bruto jaarsalaris (inclusief vakantiegeld en overige emolumenten). De exacte hoogte is afhankelijk van de complexiteit van de zoekopdracht, de branche en de schaarste op de arbeidsmarkt.


Lees meer

Bent u op korte termijn op zoek naar juridische professionals voor een Interim opdracht of juist op basis van werving & selectie? Bij Snijders Interim bent u aan het juiste adres. Bij Snijders Interim Community zijn de beste juridische professionals uit de markt aangesloten. Of u nu op zoek bent naar een jurist, advocaat, Legal Counsel of bedrijfsjurist op junior, medior of senior level, wij staan u graag bij in uw zoektocht. Laat het ons weten en we komen graag bij u op bezoek om onze dienstverlening verder toe te lichten

Wie stelt moet bewijzen, dat is de hoofdregel van ons burgerlijk procesrecht. Maar wat nu als u een geschil heeft met een andere partij maar u uw stellingen niet (voldoende) kunt onderbouwen? U kunt dan een verzoek indienen tot het houden van een voorlopig getuigenverhoor met als doel het vergaren van extra informatie en bewijs.


Lees meer

Veel werkgevers stellen internet en e-mail aan werknemers ter beschikking. Werknemers gebruiken dat namelijk bij het verrichten van hun werkzaamheden. Soms gebruiken werknemers echter dat internet en die e-mail (tijdens werktijd) voor tal van andere activiteiten, variërend van het lezen van privé e-mail tot het bekijken van pornofilmpjes.


Lees meer

Regelmatig worden wij met de vraag geconfronteerd of een uitlener de door hem aan een ander ter beschikking gestelde werknemers, zoals uitzendkrachten of een gedetacheerde werknemers, kan verbieden om bij de inlener in dienst te treden of dat op een andere manier kan belemmeren. Wij geven antwoord.


Lees meer

Regelmatig stellen werkgevers vragen over de, sinds 1 januari 2015 geldende, aanzegverplichting. De meest gestelde vragen en de antwoorden daarop volgen hieronder.


Lees meer

Als u een geldvordering heeft op een wanbetaler, kunt u beslag laten leggen op een bankrekening. Dat kan door een advocaat te vragen om dit te doen. Alleen advocaten (en dus niet deurwaarders) mogen aan de rechtbank toestemming vragen om conservatoir beslag te leggen.


Lees meer
Lees alle FAQ's
Wij scoren gemiddeld een 8,8 op basis van 43 referenties
Wij scoren gemiddeld een 8,8 op basis van 43 referenties