073 720 02 00

Strengere regels voor de uitleenmarkt: wat de WTTA betekent voor uitleners en inleners

Door Gepubliceerd op 30 januari 2026 Geen categorie

De Eerste Kamer heeft ingestemd met strengere regels voor de uitleenmarkt. Het uitgangspunt is dat het ter beschikking stellen van arbeidskrachten straks niet meer is toegestaan zonder toelating. Daarmee wordt de toegang tot de markt afhankelijk van voorafgaande toetsing en doorlopend toezicht. Dit raakt niet alleen uitzendbureaus in klassieke zin, maar iedere organisatie die personeel ter beschikking stelt aan een ander die vervolgens leiding en toezicht uitoefent. Tegelijkertijd krijgt ook de inlener een eigen verantwoordelijkheid: niet alleen de uitlener moet voldoen, ook de inlener moet controleren met wie hij zaken doet.

WAADI als vertrekpunt: gelijke beloning en informatieplicht
De Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs; “de WAADI,” blijft het juridische fundament onder terbeschikkingstelling. Kern daarvan is het beginsel van gelijke arbeidsvoorwaarden: de ter beschikking gestelde arbeidskracht heeft recht op ten minste dezelfde arbeidsvoorwaarden als werknemers in een gelijke of gelijkwaardige functie bij de inlener. Dat ziet niet alleen op het loon, maar ook op essentiële voorwaarden zoals arbeidstijden, overwerk, rusttijden, vakantie en feestdagen.

Deze norm kan alleen correct worden toegepast als de uitlener beschikt over de juiste gegevens. Daarom rust op de inlener de verplichting om vóór aanvang van de terbeschikkingstelling de relevante arbeidsvoorwaarden aan de uitlener te verstrekken. In de praktijk vormt juist dit punt vaak een risico. Ontbrekende of onjuiste informatie werkt door in de beloning en kan leiden tot nabetalingen, discussies met werknemers en handhavingsrisico’s. De WTTA versterkt de betekenis van deze WAADI verplichtingen, omdat naleving ervan nadrukkelijk onderdeel wordt van de toetsing van partijen die actief willen blijven in de uitleenmarkt.

Wat verandert er met de WTTA
De WTTA introduceert een toelatingsstelsel. Zonder toelating mag een onderneming geen arbeidskrachten ter beschikking stellen.

Daar blijft het niet bij, want ook aan de inlenende kant komt een verbod: arbeid laten verrichten door arbeidskrachten die via een niet toegelaten uitlener worden ingezet, wordt eveneens niet toegestaan (= inleenverbod). De wetgever sluit de keten dus aan beide zijden en verschuift de nadruk van uitsluitend achteraf ingrijpen, naar vooraf aantoonbaar voldoen aan de vereisten.

Toelating wordt gekoppeld aan eisen die zien op betrouwbaarheid en naleving. Daarbij moet u denken aan integriteitstoetsing, het stellen van financiële zekerheid en periodieke controle.

Uitzonderingen
Hoewel het uitgangspunt “geen toelating, geen uitleen” leidend wordt, bevat de wet wel degelijk uitzonderingen die in de praktijk relevant kunnen zijn. De belangrijkste hiervan is mogelijkheid tot ontheffing van het uitleenverbod voor ondernemingen die slechts in beperkte mate arbeidskrachten ter beschikking stellen. Deze ontheffing is niet vrijblijvend, maar gekoppeld aan cumulatieve voorwaarden. Zo moet gedurende ten minste twaalf maanden loon zijn uitbetaald, en mag de omzet uit terbeschikkingstelling per periode van twaalf maanden niet meer bedragen dan 10 procent van de totale omzet, met bovendien een absoluut maximum van € 5.000.000. Uiteraard valt de klassieke uitzendwerkgever hier niet onder.

Waarom dit verder gaat dan de cao voor uitzendkrachten
Beslissend bij de vraag of je onder de scope van de WTTA valt is het wettelijke begrip terbeschikkingstelling. Zodra een werknemer werkzaamheden verricht onder leiding en toezicht van de inlener en de uitlener daarvoor een vergoeding ontvangt, komt men al snel binnen het wettelijke regime.

Dat verklaart waarom de WTTA niet alleen uitzendbureaus raakt. Ook bedrijven die niet als businessmodel het uitlenen van personeel hebben, vallen mogelijk onder de scope. Dit geld ook voor inleners die via een tussenpartij inhuren, of partijen die doorlenen. Daarom is het raadzaam niet te redeneren vanuit etiketten, maar vanuit de feitelijke aansturing, de ketenstructuur en de toepassing in de dagelijkse praktijk.

Ingangsdatum, melding en handhaving door de Nederlandse Arbeidsinspectie
De wet treedt in werking op 1 januari 2027. Uitleenorganisaties die werknemers willen blijven uitlenen moeten zich vóór die datum melden bij de Nederlandse Autoriteit Uitleenmarkt, de NAU, zodat zij tijdig in het toelatingsproces kunnen instromen. Vanaf 1 januari 2028 start de Nederlandse Arbeidsinspectie met handhaving. Dat betekent dat uitleners die zonder toelating arbeidskrachten ter beschikking stellen een boete riskeren en datzelfde geldt voor inleners die zaken doen met niet toegelaten uitleners.

Wat betekent dit voor u
Voor inleners betekent dit dat controle en vastlegging belangrijker wordt. Het wordt steeds minder verdedigbaar om uitsluitend te varen op commerciële afspraken zonder toetsing van de compliance positie van de uitlener. Informatie uitwisseling over arbeidsvoorwaarden, controle op de positie van de uitlener en een deugdelijke dossieropbouw is daarmee onderdeel van goed opdrachtgeverschap in de uitleenketen.

Voor uitleners geldt dat de voorbereiding niet beperkt blijft tot het aanvragen van toelating. De doorslag zit in de inrichting van processen en bewijsvoering: een sluitende administratie, aantoonbare toepassing van gelijke beloning en het kunnen doorstaan van periodieke inspecties.

Heeft u vragen over de gevolgen voor uw organisatie, of wilt u laten toetsen of uw inleen en uitleenpraktijk, contracten en compliance inrichting WTTA bestendig is, neem dan gerust contact met ons op. De advocaten en juristen van Snijders Arbeidsrecht denken graag met u mee

 

Vraag & antwoord

Veelgestelde vragen

Ja, dit is opgenomen in artikel 915 van de Wet franchise. Daaruit volgt dat de franchisenemer “binnen de grenzen van redelijkheid” de “nodige maatregelen” dient te treffen om te voorkomen dat hij onder invloed van onjuiste veronderstellingen overgaat tot het sluiten van de franchiseovereenkomst.

Nee, de Wet franchise kent die verplichting niet. Wel dient er een omvangrijk PID verstrekt te worden.

De Wet franchise is niet duidelijk op dit punt. Er wordt in de Wet franchise bij deze zogenaamde “multiple franchising” wel een uitzondering voor de stand-still periode gemaakt, maar niet voor het verstrekken van de PID zelf.


Lees meer

In de Wet franchise wordt dit niet specifiek benoemd. Je zou kunnen aannemen dat de fase voor verlenging niet als een voorfase kan worden beschouwd en de precontractuele informatieverplichting (waaronder het verstrekken van de PID) niet van toepassing is. De franchisenemer die al vijf jaar de betreffende locatie heeft geëxploiteerd kent de franchiseorganisatie en de kosten en opbrengsten van de exploitatie van zijn/haar vestiging.


Lees meer

Volgens de Wet Franchise moet de franchisegever alle informatie verstrekken waarvan de franchisegever moet begrijpen dat die van belang is voor de kandidaat. Aan de andere kant is het ook zo dat er ook een onderzoekplicht is van de kandidaat. Als de aspirant-franchisenemer zelf geen onderzoek doet is dat voor diens risico.


Lees meer

Nee, de wet is heel strikt in deze 4 weken en de rechtspraak gaat hier vooralsnog in mee. Dit kwam naar voren in het kort geding van de rechtbank Midden-Nederland d.d. 30 juni 2021. De rechter overwoog (onder meer) dat in artikel 7:913 en 7:914 BW besloten ligt dat er met het verstrekken van de precontractuele informatie door de franchisegever een aanbod wordt gedaan aan de beoogde franchisenemer om op basis van de bijgevoegde ontwerp franchiseovereenkomst een franchiseovereenkomst te sluiten. Het is vervolgens aan de beoogde franchisenemer om zich te beraden of hij dit wil of dat hij nog verder wil onderhandelen met de franchisegever. De franchisegever kan in deze termijn alleen maar afwachten. Het is de franchisenemer die aan zet is.

De stand-still periode duurt 4 weken. Dit is een verplichte bedenktijd voor het sluiten van de franchiseovereenkomst. Tijdens deze periode mogen er geen wijzigingen worden doorgevoerd ten nadele van de aspirant franchisenemer. Bedoeling van deze periode is dat de kandidaat alle gelegenheid heeft om alle informatie goed te bestuderen en ook om nader onderzoek te doen. Dit moet er voor zorgen dat een kandidaat goed nadenkt en in alle rust een weloverwogen beslissing kan nemen.

Dit document wordt aan het begin van de stand-still periode door de franchisegever overhandigd aan de kandidaat franchisenemer. De PID is een erg uitgebreid document. De PID bevat namelijk alle informatie bevat die tussen franchisegever en kandidaat is uitgewisseld. De franchisegever moet hier heel zorgvuldig mee omgaan. Het ontbreken van informatie kan aanleiding zijn tot claims van de franchisenemer. De PID moet alle informatie bevatten waarvan de franchisegever moet begrijpen dat die van belang kan zijn voor de aspirant franchisenemer.

Nee. Indien uw zaak op toevoegingsbasis behandeld kan worden, kunt u het beste contact opnemen met het Juridisch Loket. Zij helpen u bij het vinden van een advocaat die op deze basis werkt.

De gemiddelde werving en selectie fee in Nederland ligt tussen de 20% en 30% van het bruto jaarsalaris (inclusief vakantiegeld en overige emolumenten). De exacte hoogte is afhankelijk van de complexiteit van de zoekopdracht, de branche en de schaarste op de arbeidsmarkt.


Lees meer

Bent u op korte termijn op zoek naar juridische professionals voor een Interim opdracht of juist op basis van werving & selectie? Bij Snijders Interim bent u aan het juiste adres. Bij Snijders Interim Community zijn de beste juridische professionals uit de markt aangesloten. Of u nu op zoek bent naar een jurist, advocaat, Legal Counsel of bedrijfsjurist op junior, medior of senior level, wij staan u graag bij in uw zoektocht. Laat het ons weten en we komen graag bij u op bezoek om onze dienstverlening verder toe te lichten

Wie stelt moet bewijzen, dat is de hoofdregel van ons burgerlijk procesrecht. Maar wat nu als u een geschil heeft met een andere partij maar u uw stellingen niet (voldoende) kunt onderbouwen? U kunt dan een verzoek indienen tot het houden van een voorlopig getuigenverhoor met als doel het vergaren van extra informatie en bewijs.


Lees meer

Veel werkgevers stellen internet en e-mail aan werknemers ter beschikking. Werknemers gebruiken dat namelijk bij het verrichten van hun werkzaamheden. Soms gebruiken werknemers echter dat internet en die e-mail (tijdens werktijd) voor tal van andere activiteiten, variërend van het lezen van privé e-mail tot het bekijken van pornofilmpjes.


Lees meer

Regelmatig worden wij met de vraag geconfronteerd of een uitlener de door hem aan een ander ter beschikking gestelde werknemers, zoals uitzendkrachten of een gedetacheerde werknemers, kan verbieden om bij de inlener in dienst te treden of dat op een andere manier kan belemmeren. Wij geven antwoord.


Lees meer

Regelmatig stellen werkgevers vragen over de, sinds 1 januari 2015 geldende, aanzegverplichting. De meest gestelde vragen en de antwoorden daarop volgen hieronder.


Lees meer

Als u een geldvordering heeft op een wanbetaler, kunt u beslag laten leggen op een bankrekening. Dat kan door een advocaat te vragen om dit te doen. Alleen advocaten (en dus niet deurwaarders) mogen aan de rechtbank toestemming vragen om conservatoir beslag te leggen.


Lees meer
Lees alle FAQ's
Wij scoren gemiddeld een 8,8 op basis van 43 referenties
Wij scoren gemiddeld een 8,8 op basis van 43 referenties