Strengere regels voor de uitleenmarkt: wat de WTTA betekent voor uitleners en inleners
De Eerste Kamer heeft ingestemd met strengere regels voor de uitleenmarkt. Het uitgangspunt is dat het ter beschikking stellen van arbeidskrachten straks niet meer is toegestaan zonder toelating. Daarmee wordt de toegang tot de markt afhankelijk van voorafgaande toetsing en doorlopend toezicht. Dit raakt niet alleen uitzendbureaus in klassieke zin, maar iedere organisatie die personeel ter beschikking stelt aan een ander die vervolgens leiding en toezicht uitoefent. Tegelijkertijd krijgt ook de inlener een eigen verantwoordelijkheid: niet alleen de uitlener moet voldoen, ook de inlener moet controleren met wie hij zaken doet.
WAADI als vertrekpunt: gelijke beloning en informatieplicht
De Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs; “de WAADI,” blijft het juridische fundament onder terbeschikkingstelling. Kern daarvan is het beginsel van gelijke arbeidsvoorwaarden: de ter beschikking gestelde arbeidskracht heeft recht op ten minste dezelfde arbeidsvoorwaarden als werknemers in een gelijke of gelijkwaardige functie bij de inlener. Dat ziet niet alleen op het loon, maar ook op essentiële voorwaarden zoals arbeidstijden, overwerk, rusttijden, vakantie en feestdagen.
Deze norm kan alleen correct worden toegepast als de uitlener beschikt over de juiste gegevens. Daarom rust op de inlener de verplichting om vóór aanvang van de terbeschikkingstelling de relevante arbeidsvoorwaarden aan de uitlener te verstrekken. In de praktijk vormt juist dit punt vaak een risico. Ontbrekende of onjuiste informatie werkt door in de beloning en kan leiden tot nabetalingen, discussies met werknemers en handhavingsrisico’s. De WTTA versterkt de betekenis van deze WAADI verplichtingen, omdat naleving ervan nadrukkelijk onderdeel wordt van de toetsing van partijen die actief willen blijven in de uitleenmarkt.
Wat verandert er met de WTTA
De WTTA introduceert een toelatingsstelsel. Zonder toelating mag een onderneming geen arbeidskrachten ter beschikking stellen.
Daar blijft het niet bij, want ook aan de inlenende kant komt een verbod: arbeid laten verrichten door arbeidskrachten die via een niet toegelaten uitlener worden ingezet, wordt eveneens niet toegestaan (= inleenverbod). De wetgever sluit de keten dus aan beide zijden en verschuift de nadruk van uitsluitend achteraf ingrijpen, naar vooraf aantoonbaar voldoen aan de vereisten.
Toelating wordt gekoppeld aan eisen die zien op betrouwbaarheid en naleving. Daarbij moet u denken aan integriteitstoetsing, het stellen van financiële zekerheid en periodieke controle.
Uitzonderingen
Hoewel het uitgangspunt “geen toelating, geen uitleen” leidend wordt, bevat de wet wel degelijk uitzonderingen die in de praktijk relevant kunnen zijn. De belangrijkste hiervan is mogelijkheid tot ontheffing van het uitleenverbod voor ondernemingen die slechts in beperkte mate arbeidskrachten ter beschikking stellen. Deze ontheffing is niet vrijblijvend, maar gekoppeld aan cumulatieve voorwaarden. Zo moet gedurende ten minste twaalf maanden loon zijn uitbetaald, en mag de omzet uit terbeschikkingstelling per periode van twaalf maanden niet meer bedragen dan 10 procent van de totale omzet, met bovendien een absoluut maximum van € 5.000.000. Uiteraard valt de klassieke uitzendwerkgever hier niet onder.
Waarom dit verder gaat dan de cao voor uitzendkrachten
Beslissend bij de vraag of je onder de scope van de WTTA valt is het wettelijke begrip terbeschikkingstelling. Zodra een werknemer werkzaamheden verricht onder leiding en toezicht van de inlener en de uitlener daarvoor een vergoeding ontvangt, komt men al snel binnen het wettelijke regime.
Dat verklaart waarom de WTTA niet alleen uitzendbureaus raakt. Ook bedrijven die niet als businessmodel het uitlenen van personeel hebben, vallen mogelijk onder de scope. Dit geld ook voor inleners die via een tussenpartij inhuren, of partijen die doorlenen. Daarom is het raadzaam niet te redeneren vanuit etiketten, maar vanuit de feitelijke aansturing, de ketenstructuur en de toepassing in de dagelijkse praktijk.
Ingangsdatum, melding en handhaving door de Nederlandse Arbeidsinspectie
De wet treedt in werking op 1 januari 2027. Uitleenorganisaties die werknemers willen blijven uitlenen moeten zich vóór die datum melden bij de Nederlandse Autoriteit Uitleenmarkt, de NAU, zodat zij tijdig in het toelatingsproces kunnen instromen. Vanaf 1 januari 2028 start de Nederlandse Arbeidsinspectie met handhaving. Dat betekent dat uitleners die zonder toelating arbeidskrachten ter beschikking stellen een boete riskeren en datzelfde geldt voor inleners die zaken doen met niet toegelaten uitleners.
Wat betekent dit voor u
Voor inleners betekent dit dat controle en vastlegging belangrijker wordt. Het wordt steeds minder verdedigbaar om uitsluitend te varen op commerciële afspraken zonder toetsing van de compliance positie van de uitlener. Informatie uitwisseling over arbeidsvoorwaarden, controle op de positie van de uitlener en een deugdelijke dossieropbouw is daarmee onderdeel van goed opdrachtgeverschap in de uitleenketen.
Voor uitleners geldt dat de voorbereiding niet beperkt blijft tot het aanvragen van toelating. De doorslag zit in de inrichting van processen en bewijsvoering: een sluitende administratie, aantoonbare toepassing van gelijke beloning en het kunnen doorstaan van periodieke inspecties.
Heeft u vragen over de gevolgen voor uw organisatie, of wilt u laten toetsen of uw inleen en uitleenpraktijk, contracten en compliance inrichting WTTA bestendig is, neem dan gerust contact met ons op. De advocaten en juristen van Snijders Arbeidsrecht denken graag met u mee


