Let op bij vaststellingsovereenkomst tijdens ziekte!
Voor velen een bekendheid: tijdens ziekte een vaststellingsovereenkomst tekenen, dat levert een benadelingshandeling op. Als gevolg daarvan heeft een werknemer geen recht op een Ziektewetuitkering. In de praktijk zien we vaak dat een werknemer zich hersteld meldt en dan een WW-uitkering aanvraagt. Wat we ook vaak zien is dat een werknemer bij een ontslag op staande voet een kale vaststellingsovereenkomst aangeboden krijgt. In de situatie dat iemand tijdens ziekte op staande voet wordt ontslagen, een vaststellingsovereenkomst tekent en zich hersteld meldt, kan een werknemer een uitkering ontvangen. Dat gaat vaak goed, alleen soms ook niet.
Wat speelde er hier?
Een werknemer had zich ziekgemeld. Bij werkgever ontstonden er twijfels over de ziekte. Werknemer zou tijdens een bezoek aan de bedrijfsarts ʻnagenoeg kruipendʼ met een stok binnen zijn gekomen, terwijl later niets aan de hand leek te zijn. Ook zou hij zelfstandig met het openbaar vervoer reizen terwijl hij van de bedrijfsarts niet meer hoefde te re-integreren in verband met reisproblemen. Werkgever heeft een recherchebureau ingeschakeld. Daarna is werknemer in een ontslaggesprek op staande voet ontslagen omdat hij zijn ziekte zou veinzen. Bij dat ontslaggesprek waren de manager, een werknemer van het recherchebureau en de advocaat van werkgever aanwezig.
In dat ontslaggesprek heeft werknemer aan tafel een vaststellingsovereenkomst getekend en zich hersteld gemeld. Werkgever heeft werknemer niet ingelicht dat hij mogelijk geen WW- of ZW-uitkering kon krijgen. Na de bedenktermijn heeft de werkgever het ontslag op staande voet ingetrokken.
Werknemer heeft uiteindelijk geen uitkering gekregen. Werknemer wil de vaststellingsovereenkomst laten vernietigen vanwege dwaling.
Dwaling
Dwaling is aanwezig wanneer een overeenkomst tot stand komt onder invloed van een onjuiste voorstelling van zaken, waardoor de overeenkomst bij juiste kennis niet of niet onder dezelfde voorwaarden zou zijn gesloten.
In dit geval oordeelt het Hof Den Haag dat sprake is van dwaling, vanwege de volgende omstandigheden:
- Werknemer is niet geïnformeerd dat hij geen recht heeft op enige uitkering;
- Bedrijfsarts oordeelde dat er sprake is van ziekte;
- Onvoldoende geïnformeerd over deskundige bijstand zoeken;
- Bedenktermijn staat niet in de weg aan dwaling na verstrijken daarvan;
- Zware druk en disbalans door bespreking met 3 personen;
- Werkgever komt geen beroep toe op uitsluiting dwaling (dit laatste zien wij vaak in vaststellingsovereenkomsten terugkomen, maar kon de werkgever dus niet baten in dit geval).
Het gevolg is dat de vaststellingsovereenkomst van tafel gaat. Nu het ontslag op staande voet niet rechtsgeldig was ingetrokken, kon de werknemer aanspraak maken op een billijke vergoeding ter hoogte van het resterende salaris tot 104 weken ziekte.
Tip voor de praktijk
Informeer een werknemer over het risico dat een uitkering mogelijk geweigerd wordt. En denk goed na wie je aan tafel zet. Drie tegen één is in veel gevallen te zwaar. Wij raden wel aan om het gesprek vanuit werkgever met minimaal twee personen te voeren vanwege bewijsvoering.
Heb je vragen over ontslag, ziekte of ontslag tijdens ziekte, neem dan gerust contact met ons op.


