073 720 02 00
Nieuws

Opschorting handhaving Wet DBA verlengd

Gepubliceerd op 13 augustus 2018 Bijgewerkt op 19 juli 2019

Sinds de inwerkingtreding van de Wet DBA moeten opdrachtgevers en opdrachtnemers zelf beoordelen of de relatie die zij aangaan een (fictieve) dienstbetrekking is (en dus of onder meer loonheffing verschuldigd is). Het beoordelen van de arbeidsrelatie blijkt in de praktijk erg lastig te zijn. Toetsingscriteria die hiervoor gebruikt worden, als ‘vrije vervanging’ en ‘gezagsverhouding’, zorgen namelijk voor veel onduidelijkheid.

Omdat de toetsingscriteria zo onduidelijk zijn, heeft staatssecretaris Wiebes aangekondigd dat nieuwe criteria zullen worden vastgesteld en heeft hij de handhaving van de Wet DBA tot 1 juli 2018 uitgesteld, met uitzondering van kwaadwillenden. Er werd tot 1 juli 2018 dan ook alleen gehandhaafd bij de ernstigste gevallen van kwaadwillenden.

Dit zijn de kwaadwillenden die opereren in een context van opzet, fraude of zwendel, waarbij sprake is van listigheid, valsheid of samenspanning en situaties die leiden tot ernstige concurrentievervalsing, economische of maatschappelijke ontwrichting of waarin het risico aanwezig is van uitbuiting. Deze opschorting is verlengd tot in ieder geval 1 januari 2020.

Maar let op: De handhaving is sinds 1 juli 2018 ook uitgebreid. De handhaving wordt namelijk niet langer alleen gericht op de voorgenoemde ernstigste gevallen, maar ook op de andere kwaadwillenden. Dat zijn de kwaadwillenden die opzettelijk een situatie van evidente schijnzelfstandigheid laat ontstaan of voortbestaan. Dat zijn de situaties waarin sprake is van een (fictieve) dienstbetrekking én evidente én opzettelijke schijnzelfstandigheid. Het is aan de Belastingdienst om dat te bewijzen.

In de tussentijd wordt gewerkt aan wetgeving die de Wet DBA zal vervangen. Het is raadzaam om vooralsnog de adviezen zoals opgenomen in onze eerdere artikelen te blijven volgen. Zie onder meer: Gevolgen opschorting handhaving Wet DBA, Checklist wet DBA, HR tip #7 Wet DBA opgeschort tot 1 juli 2018.

Mocht u verdere vragen hebben over dit onderwerp belt u ons dan gerust.

Vraag & antwoord

Veelgestelde vragen

Wie stelt moet bewijzen, dat is de hoofdregel van ons burgerlijk procesrecht. Maar wat nu als u een geschil heeft met een andere partij maar u uw stellingen niet (voldoende) kunt onderbouwen? U kunt dan een verzoek indienen tot het houden van een voorlopig getuigenverhoor met als doel het vergaren van extra informatie en bewijs.


Lees meer

Veel werkgevers stellen internet en e-mail aan werknemers ter beschikking. Werknemers gebruiken dat namelijk bij het verrichten van hun werkzaamheden. Soms gebruiken werknemers echter dat internet en die e-mail (tijdens werktijd) voor tal van andere activiteiten, variërend van het lezen van privé e-mail tot het bekijken van pornofilmpjes.


Lees meer

Regelmatig worden wij met de vraag geconfronteerd of een uitlener de door hem aan een ander ter beschikking gestelde werknemers, zoals uitzendkrachten of een gedetacheerde werknemers, kan verbieden om bij de inlener in dienst te treden of dat op een andere manier kan belemmeren. Wij geven antwoord.


Lees meer

Regelmatig stellen werkgevers vragen over de, sinds 1 januari 2015 geldende, aanzegverplichting. De meest gestelde vragen en de antwoorden daarop volgen hieronder.


Lees meer

Als u een geldvordering heeft op een wanbetaler, kunt u beslag laten leggen op een bankrekening. Dat kan door een advocaat te vragen om dit te doen. Alleen advocaten (en dus niet deurwaarders) mogen aan de rechtbank toestemming vragen om conservatoir beslag te leggen.


Lees meer
Lees alle FAQ's
Wij scoren gemiddeld een 8,5 op basis van 24 referenties
Wij scoren gemiddeld een 8,5 op basis van 24 referenties