073 720 02 00

Verhuizen als gescheiden ouder; hoe pak je dat aan?

Bijgewerkt op Geen categorie

Gescheiden ouders blijven niet altijd op dezelfde plek wonen; bijvoorbeeld omdat ze willen samenwonen met een nieuwe partner, ‘back to the roots’ willen of een nieuwe baan elders hebben gevonden. Een verhuizing binnen een beperkte straal levert veelal weinig problemen op. Een verhuizing verder weg kan wel degelijk tot geschillen leiden. Hoe pak je dat aan en wat zijn de criteria?

 

Toestemming van de andere (gezaghebbende) ouder

Allereerst is van belang te realiseren dat je als ouder waar de kinderen hun hoofdverblijf hebben toestemming nodig hebt van de andere gezaghebbende ouder voor een verhuizing van de kinderen. Het gezag heeft immers betrekking op de persoon van de minderjarige en zijn/haar verblijfplaats valt daar ook onder. Beslissingen in dat kader dienen samen te worden genomen.

Overleg

Uiteraard is het de beste manier om met elkaar het gesprek aan te gaan over de voorgenomen verhuizing en om samen tot een nieuwe verdeling van de zorg- en opvoedingstaken te komen. Dat kan met z’n tweeën, onder begeleiding van een mediator of allebei bijgestaan door een eigen advocaat. Als je je (goed doordachte) voornemen tot verhuizing (tijdig) kenbaar maakt aan je ex-partner, hem/haar betrekt in het proces, zijn/haar zorgen bespreekt en probeert weg te nemen, dan is de kans het grootst dat jullie er samen uitkomen. Het is tevens aan te bevelen om tijdens dit overleg de hierna te noemen criteria die een rechter in zijn beoordeling betrekt, mee te nemen, althans in het achterhoofd te houden.

Vervangende toestemming rechtbank

Hoe groter de afstand van de oude naar de nieuwe woonplaats, des te uitdagender het zal zijn om in overleg afspraken te maken over de invulling van het ouderschap. Een verhuizing zal dan immers vaak tot gevolg hebben dat de bestaande zorgregeling niet meer uit te voeren is en het contact met de andere ouder wordt beperkt. Als er geen afspraken kunnen worden gemaakt en de toestemming voor de verhuizing niet wordt gegeven, dan kan er een gerechtelijke procedure worden gestart bij de rechtbank. De rechter kán dan vervangende toestemming verlenen voor de verhuizing van de kinderen. In de rechtspraak zijn criteria geformuleerd aan de hand waarvan een verzoek om vervangende toestemming voor verhuizing door de rechter moet worden beoordeeld. De criteria zijn:

  1. de noodzaak om te verhuizen;
  2. de mate waarin de verhuizing is doordacht en voorbereid;
  3. de door de verhuizende ouder geboden alternatieven en maatregelen om de gevolgen van de verhuizing voor de minderjarige en de andere ouder te verachten en/of te compenseren;
  4. de mate waarin ouders in staat zijn tot onderlinge communicatie in overleg;
  5. de rechten van de andere ouder en de minderjarige op onverminderd contact met elkaar in een vertrouwde omgeving;
  6. de verdeling van de zorgtaken en de continuïteit van de zorg;
  7. de frequentie van het contact tussen de minderjarige en de andere ouder voor en na de verhuizing;
  8. de leeftijd van de minderjarige, zijn mening en de mate waarin de minderjarige geworteld is in zijn omgeving of juist extra gewend is aan verhuizingen;
  9. de (extra) kosten van omgang na de verhuizing.

Het verkrijgen van vervangende toestemming is niet eenvoudig. De rechtspraak is sterk casuïstisch. Het hangt – uiteraard – af van de omstandigheden van het geval. De verhuizende ouder zal in ieder geval goed en objectief onderbouwd moeten aantonen dat het niet (alleen) zijn/haar eigen behoefte is om te verhuizen, maar dat hij/zij de verhuizing goed heeft voorbereid, alles zorgvuldig heeft afgewogen en er geen andere mogelijkheid is om met de minderjarige te verhuizen.

Meer informatie?

Neem contact op met één van onze gespecialiseerde familierechtadvocaten en -mediators.

 

Vraag & antwoord

Veelgestelde vragen

Ja, dit is opgenomen in artikel 915 van de Wet franchise. Daaruit volgt dat de franchisenemer “binnen de grenzen van redelijkheid” de “nodige maatregelen” dient te treffen om te voorkomen dat hij onder invloed van onjuiste veronderstellingen overgaat tot het sluiten van de franchiseovereenkomst.

Nee, de Wet franchise kent die verplichting niet. Wel dient er een omvangrijk PID verstrekt te worden.

De Wet franchise is niet duidelijk op dit punt. Er wordt in de Wet franchise bij deze zogenaamde “multiple franchising” wel een uitzondering voor de stand-still periode gemaakt, maar niet voor het verstrekken van de PID zelf.


Lees meer

In de Wet franchise wordt dit niet specifiek benoemd. Je zou kunnen aannemen dat de fase voor verlenging niet als een voorfase kan worden beschouwd en de precontractuele informatieverplichting (waaronder het verstrekken van de PID) niet van toepassing is. De franchisenemer die al vijf jaar de betreffende locatie heeft geëxploiteerd kent de franchiseorganisatie en de kosten en opbrengsten van de exploitatie van zijn/haar vestiging.


Lees meer

Volgens de Wet Franchise moet de franchisegever alle informatie verstrekken waarvan de franchisegever moet begrijpen dat die van belang is voor de kandidaat. Aan de andere kant is het ook zo dat er ook een onderzoekplicht is van de kandidaat. Als de aspirant-franchisenemer zelf geen onderzoek doet is dat voor diens risico.


Lees meer

Nee, de wet is heel strikt in deze 4 weken en de rechtspraak gaat hier vooralsnog in mee. Dit kwam naar voren in het kort geding van de rechtbank Midden-Nederland d.d. 30 juni 2021. De rechter overwoog (onder meer) dat in artikel 7:913 en 7:914 BW besloten ligt dat er met het verstrekken van de precontractuele informatie door de franchisegever een aanbod wordt gedaan aan de beoogde franchisenemer om op basis van de bijgevoegde ontwerp franchiseovereenkomst een franchiseovereenkomst te sluiten. Het is vervolgens aan de beoogde franchisenemer om zich te beraden of hij dit wil of dat hij nog verder wil onderhandelen met de franchisegever. De franchisegever kan in deze termijn alleen maar afwachten. Het is de franchisenemer die aan zet is.

De stand-still periode duurt 4 weken. Dit is een verplichte bedenktijd voor het sluiten van de franchiseovereenkomst. Tijdens deze periode mogen er geen wijzigingen worden doorgevoerd ten nadele van de aspirant franchisenemer. Bedoeling van deze periode is dat de kandidaat alle gelegenheid heeft om alle informatie goed te bestuderen en ook om nader onderzoek te doen. Dit moet er voor zorgen dat een kandidaat goed nadenkt en in alle rust een weloverwogen beslissing kan nemen.

Dit document wordt aan het begin van de stand-still periode door de franchisegever overhandigd aan de kandidaat franchisenemer. De PID is een erg uitgebreid document. De PID bevat namelijk alle informatie bevat die tussen franchisegever en kandidaat is uitgewisseld. De franchisegever moet hier heel zorgvuldig mee omgaan. Het ontbreken van informatie kan aanleiding zijn tot claims van de franchisenemer. De PID moet alle informatie bevatten waarvan de franchisegever moet begrijpen dat die van belang kan zijn voor de aspirant franchisenemer.

Nee. Indien uw zaak op toevoegingsbasis behandeld kan worden, kunt u het beste contact opnemen met het Juridisch Loket. Zij helpen u bij het vinden van een advocaat die op deze basis werkt.

De gemiddelde werving en selectie fee in Nederland ligt tussen de 20% en 30% van het bruto jaarsalaris (inclusief vakantiegeld en overige emolumenten). De exacte hoogte is afhankelijk van de complexiteit van de zoekopdracht, de branche en de schaarste op de arbeidsmarkt.


Lees meer

Bent u op korte termijn op zoek naar juridische professionals voor een Interim opdracht of juist op basis van werving & selectie? Bij Snijders Interim bent u aan het juiste adres. Bij Snijders Interim Community zijn de beste juridische professionals uit de markt aangesloten. Of u nu op zoek bent naar een jurist, advocaat, Legal Counsel of bedrijfsjurist op junior, medior of senior level, wij staan u graag bij in uw zoektocht. Laat het ons weten en we komen graag bij u op bezoek om onze dienstverlening verder toe te lichten

Wie stelt moet bewijzen, dat is de hoofdregel van ons burgerlijk procesrecht. Maar wat nu als u een geschil heeft met een andere partij maar u uw stellingen niet (voldoende) kunt onderbouwen? U kunt dan een verzoek indienen tot het houden van een voorlopig getuigenverhoor met als doel het vergaren van extra informatie en bewijs.


Lees meer

Veel werkgevers stellen internet en e-mail aan werknemers ter beschikking. Werknemers gebruiken dat namelijk bij het verrichten van hun werkzaamheden. Soms gebruiken werknemers echter dat internet en die e-mail (tijdens werktijd) voor tal van andere activiteiten, variërend van het lezen van privé e-mail tot het bekijken van pornofilmpjes.


Lees meer

Regelmatig worden wij met de vraag geconfronteerd of een uitlener de door hem aan een ander ter beschikking gestelde werknemers, zoals uitzendkrachten of een gedetacheerde werknemers, kan verbieden om bij de inlener in dienst te treden of dat op een andere manier kan belemmeren. Wij geven antwoord.


Lees meer

Regelmatig stellen werkgevers vragen over de, sinds 1 januari 2015 geldende, aanzegverplichting. De meest gestelde vragen en de antwoorden daarop volgen hieronder.


Lees meer

Als u een geldvordering heeft op een wanbetaler, kunt u beslag laten leggen op een bankrekening. Dat kan door een advocaat te vragen om dit te doen. Alleen advocaten (en dus niet deurwaarders) mogen aan de rechtbank toestemming vragen om conservatoir beslag te leggen.


Lees meer
Lees alle FAQ's
Wij scoren gemiddeld een 8,9 op basis van 54 referenties
Wij scoren gemiddeld een 8,9 op basis van 54 referenties