073 720 02 00
Vordering

Schulden na overlijden: hoe zit het met een vordering op een overleden persoon?

Door Gepubliceerd op 13 februari 2023 Vordering

Voor schuldeisers is het niet altijd even makkelijk om hun vordering op een overleden persoon te incasseren. Natuurlijk wil je dat je vordering alsnog wordt voldaan. Gelukkig hoeft het overlijden van een schuldenaar niet te betekenen dat je vordering nu in rook opgaat. Het is dan de vraag wie je kunt aanspreken en hoe je daar precies achter komt. In deze blog vertel ik alles over schulden na overlijden en de vordering op een overleden persoon.

In beginsel is het zo dat een vordering op een overleden persoon overgaat op de erfgenamen. Dit heet juridisch ‘overgang van schulden onder algemene titel’. Belangrijk is vervolgens of de erfgenamen de nalatenschap aanvaarden. Indien er sprake is van verwerping, kan de betreffende persoon niet worden aangesproken voor de schulden na overlijden. In geval er sprake is van een zuivere aanvaarding, kan de erfgenaam in zijn privé vermogen worden aangesproken, alsmede kan het nalatenschapsvermogen worden aangesproken. In het geval van een beneficiaire aanvaarding door één van de erfgenamen ontstaat er een afgescheiden nalatenschapsvermogen.

Erfgenamen hebben derhalve een ‘erfkeuze’ en mogen uit drie opties kiezen:

  1. Erfenis zuiver aanvaarden
    Erfgenamen die een erfenis zuiver aanvaarden, krijgen alle bezittingen en schulden van de overleden persoon. Ook wanneer het totaalbedrag aan schulden hoger is dan de bezittingen. De erfgenamen draaien dan zelf op voor de overgebleven schulden na overlijden.
  2. Erfenis verwerpen
    De erfgenamen zijn niet betrokken bij de afwikkeling. Zij ontvangen niets, maar zijn ook niet aansprakelijk voor schulden.
  3. Erfenis beneficiair aanvaarden
    Als erfgenamen niet zeker weten of er schulden zijn, kunnen zij voor ‘beneficiair aanvaarden’ kiezen. Het is eigenlijk aanvaarden onder voorbehoud van eventuele schulden. De erfgenamen kunnen bij een beneficiaire aanvaarding nooit persoonlijk verantwoordelijk worden gehouden voor schulden uit de nalatenschap. Zij hebben dus wél de lusten, maar niet de lasten. Voor deze laatste optie wordt dikwijls gekozen als het vermoeden bestaat dat de schulden hoger zijn dan de bezittingen/vermogen van de nalatenschap.

Hoe wordt de vordering geïncasseerd?

Maar hiermee is de vraag nog niet beantwoord hoe de vordering precies geïncasseerd kan worden. Allereerst is het zo dat er na het overlijden een termijn van beraad geldt van drie maanden. Binnen voornoemde termijn kan een schuldeiser geen vorderingen incasseren. Na het verstrijken van deze termijn kan hij zich wel gaan verhalen op het nalatenschapsvermogen en tevens op het privé vermogen van erfgenamen die zuiver hebben aanvaard.

Om helder te krijgen wie de erfgenamen zijn en of er een executeur of gemachtigde is die erfgenamen vertegenwoordigd, kan het boedelregister worden geraadpleegd. In het boedelregister staat de notaris geregistreerd die bij de afwikkeling van de nalatenschap is betrokken. Bij deze notaris kan verdere informatie worden ingewonnen omtrent de vererving van de nalatenschap. Indien de notaris een verklaring van erfrecht heeft opgesteld waarin staat opgenomen wie de erfgenamen zijn en of er een testament is gemaakt, dient hij een afschrift daarvan aan de schuldeiser te overhandigen. De schuldeiser dient dan wel aannemelijk te maken dat hij een vordering heeft op de nalatenschap. De schuldeiser kan zijn vordering vervolgens indienen bij degene die volgens de verklaring van erfrecht aangewezen is als beschikkingsbevoegde over de nalatenschap. Indien er niets in het boedelregister staat opgenomen en/of er geen verklaring van erfrecht is opgemaakt, kan de schuldeisers een willekeurige notaris verzoeken om een verklaring van erfrecht op te stellen. Aan een erfrechtverklaring zijn echter wel kosten verbonden die voor rekening komen van de schuldeiser. Deze kosten kan hij mogelijk wel verhalen op de nalatenschap als redelijk gemaakte incassokosten. Na indiening van de vordering bij de beschikkingsbevoegde over de nalatenschap en na het verstrijken van de termijn van drie maanden zal de vordering in beginsel moeten worden voldaan. Indien er sprake is van een negatieve nalatenschap zal deze vereffend moeten worden. Dat houdt in dat alle schuldeisers in kaart moeten worden gebracht en er vervolgens conform een bepaalde rangorde uitbetaald wordt. De vereffening van een nalatenschap is vergelijkbaar met een faillissementsproces. De uitbetaling aan schuldeisers vindt in principe plaats na het verbindend worden van een uitdelingslijst. De vereffening van de nalatenschap vindt plaats in het belang van de gezamenlijke schuldeisers. Indien er geen beschikkingsbevoegde persoon is die de nalatenschap beheerd of de erfgenamen deze onbeheerd laten, kan de rechtbank verzocht worden om een vereffenaar te benoemen die de nalatenschap gaat afwikkelen.

Neem contact met ons op

Is er sprake van schuld na overlijden en heeft u hulp nodig bij het verhalen van uw vordering op een overleden persoon of het instellen van een vordering jegens een erfgenaam? Of hebt u te maken met een negatieve nalatenschap? Schroom dan niet en neem vrijblijvend contact op met een van onze incasso advocaten. Wij denken graag met u mee.

Vraag & antwoord

Veelgestelde vragen

Ja, dit is opgenomen in artikel 915 van de Wet franchise. Daaruit volgt dat de franchisenemer “binnen de grenzen van redelijkheid” de “nodige maatregelen” dient te treffen om te voorkomen dat hij onder invloed van onjuiste veronderstellingen overgaat tot het sluiten van de franchiseovereenkomst.

Nee, de Wet franchise kent die verplichting niet. Wel dient er een omvangrijk PID verstrekt te worden.

De Wet franchise is niet duidelijk op dit punt. Er wordt in de Wet franchise bij deze zogenaamde “multiple franchising” wel een uitzondering voor de stand-still periode gemaakt, maar niet voor het verstrekken van de PID zelf.


Lees meer

In de Wet franchise wordt dit niet specifiek benoemd. Je zou kunnen aannemen dat de fase voor verlenging niet als een voorfase kan worden beschouwd en de precontractuele informatieverplichting (waaronder het verstrekken van de PID) niet van toepassing is. De franchisenemer die al vijf jaar de betreffende locatie heeft geëxploiteerd kent de franchiseorganisatie en de kosten en opbrengsten van de exploitatie van zijn/haar vestiging.


Lees meer

Volgens de Wet Franchise moet de franchisegever alle informatie verstrekken waarvan de franchisegever moet begrijpen dat die van belang is voor de kandidaat. Aan de andere kant is het ook zo dat er ook een onderzoekplicht is van de kandidaat. Als de aspirant-franchisenemer zelf geen onderzoek doet is dat voor diens risico.


Lees meer

Nee, de wet is heel strikt in deze 4 weken en de rechtspraak gaat hier vooralsnog in mee. Dit kwam naar voren in het kort geding van de rechtbank Midden-Nederland d.d. 30 juni 2021. De rechter overwoog (onder meer) dat in artikel 7:913 en 7:914 BW besloten ligt dat er met het verstrekken van de precontractuele informatie door de franchisegever een aanbod wordt gedaan aan de beoogde franchisenemer om op basis van de bijgevoegde ontwerp franchiseovereenkomst een franchiseovereenkomst te sluiten. Het is vervolgens aan de beoogde franchisenemer om zich te beraden of hij dit wil of dat hij nog verder wil onderhandelen met de franchisegever. De franchisegever kan in deze termijn alleen maar afwachten. Het is de franchisenemer die aan zet is.

De stand-still periode duurt 4 weken. Dit is een verplichte bedenktijd voor het sluiten van de franchiseovereenkomst. Tijdens deze periode mogen er geen wijzigingen worden doorgevoerd ten nadele van de aspirant franchisenemer. Bedoeling van deze periode is dat de kandidaat alle gelegenheid heeft om alle informatie goed te bestuderen en ook om nader onderzoek te doen. Dit moet er voor zorgen dat een kandidaat goed nadenkt en in alle rust een weloverwogen beslissing kan nemen.

Dit document wordt aan het begin van de stand-still periode door de franchisegever overhandigd aan de kandidaat franchisenemer. De PID is een erg uitgebreid document. De PID bevat namelijk alle informatie bevat die tussen franchisegever en kandidaat is uitgewisseld. De franchisegever moet hier heel zorgvuldig mee omgaan. Het ontbreken van informatie kan aanleiding zijn tot claims van de franchisenemer. De PID moet alle informatie bevatten waarvan de franchisegever moet begrijpen dat die van belang kan zijn voor de aspirant franchisenemer.

Nee. Indien uw zaak op toevoegingsbasis behandeld kan worden, kunt u het beste contact opnemen met het Juridisch Loket. Zij helpen u bij het vinden van een advocaat die op deze basis werkt.

De gemiddelde werving en selectie fee in Nederland ligt tussen de 20% en 30% van het bruto jaarsalaris (inclusief vakantiegeld en overige emolumenten). De exacte hoogte is afhankelijk van de complexiteit van de zoekopdracht, de branche en de schaarste op de arbeidsmarkt.


Lees meer

Bent u op korte termijn op zoek naar juridische professionals voor een Interim opdracht of juist op basis van werving & selectie? Bij Snijders Interim bent u aan het juiste adres. Bij Snijders Interim Community zijn de beste juridische professionals uit de markt aangesloten. Of u nu op zoek bent naar een jurist, advocaat, Legal Counsel of bedrijfsjurist op junior, medior of senior level, wij staan u graag bij in uw zoektocht. Laat het ons weten en we komen graag bij u op bezoek om onze dienstverlening verder toe te lichten

Wie stelt moet bewijzen, dat is de hoofdregel van ons burgerlijk procesrecht. Maar wat nu als u een geschil heeft met een andere partij maar u uw stellingen niet (voldoende) kunt onderbouwen? U kunt dan een verzoek indienen tot het houden van een voorlopig getuigenverhoor met als doel het vergaren van extra informatie en bewijs.


Lees meer

Veel werkgevers stellen internet en e-mail aan werknemers ter beschikking. Werknemers gebruiken dat namelijk bij het verrichten van hun werkzaamheden. Soms gebruiken werknemers echter dat internet en die e-mail (tijdens werktijd) voor tal van andere activiteiten, variërend van het lezen van privé e-mail tot het bekijken van pornofilmpjes.


Lees meer

Regelmatig worden wij met de vraag geconfronteerd of een uitlener de door hem aan een ander ter beschikking gestelde werknemers, zoals uitzendkrachten of een gedetacheerde werknemers, kan verbieden om bij de inlener in dienst te treden of dat op een andere manier kan belemmeren. Wij geven antwoord.


Lees meer

Regelmatig stellen werkgevers vragen over de, sinds 1 januari 2015 geldende, aanzegverplichting. De meest gestelde vragen en de antwoorden daarop volgen hieronder.


Lees meer

Als u een geldvordering heeft op een wanbetaler, kunt u beslag laten leggen op een bankrekening. Dat kan door een advocaat te vragen om dit te doen. Alleen advocaten (en dus niet deurwaarders) mogen aan de rechtbank toestemming vragen om conservatoir beslag te leggen.


Lees meer
Lees alle FAQ's
Wij scoren gemiddeld een 8,9 op basis van 54 referenties
Wij scoren gemiddeld een 8,9 op basis van 54 referenties