073 720 02 00

De kwalificatie van een overeenkomst: wel/geen arbeidsovereenkomst?

Door Gepubliceerd op 12 oktober 2021

Al eerder schreven wij over de baanbrekende uitspraak van de Hoge Raad, waarin is geoordeeld dat de partijbedoelingen niet (meer) doorslaggevend zijn bij de beoordeling of sprake is van een arbeidsovereenkomst. Alhoewel de Hoge Raad in deze uitspraak duidelijk heeft aangegeven dat de wettelijke criteria (loon, arbeid, gezag) bepalend zijn in de vraag of sprake is van een arbeidsovereenkomst, blijft deze kwestie de gemoederen bezig houden. In dit artikel staan wij stil bij een recente uitspraak over dit onderwerp.

Hoge Raad

Allereerst nog even de hoofdregel van deze uitspraak: bij de kwalificatie van een overeenkomst gaat het om de vraag of de overeengekomen rechten en verplichtingen voldoen aan de (wettelijke) omschrijving van een arbeidsovereenkomst. Welke rechten en verplichtingen zijn overeengekomen, is een kwestie van uitleg. Er is – kort gezegd – sprake van een tweetrapsraket:

  1. Eerst moet aan de hand van het Haviltex criterium worden vastgesteld welke rechten en verplichtingen tussen partijen zijn overeengekomen (= uitlegfase)
  2. Vervolgens is dan de vraag of de vastgestelde overeengekomen rechten en verplichtingen kwalificeren (oftewel de overeenkomst) als een arbeidsovereenkomst (= de kwalificatiefase). Hierbij zijn de hiervoor genoemde wettelijke criteria van belang, namelijk arbeid, loon en gezagsverhouding.

Rechtbank Rotterdam

In deze zaak ging het om een werknemer, die aanvankelijk werkzaam is geweest als Senior Manager en later de functie van Director binnen het bedrijf is gaan vervullen. Op een gegeven moment is in goed overleg het dienstverband beëindigd. Vervolgens hebben partijen een aansluitingsovereenkomst gesloten, op grond waarvan deze medewerker na het einde van de arbeidsovereenkomst alsnog werkzaamheden voor het bedrijf werden verricht. Uiteindelijk komt ook deze aansluitingsovereenkomst tot een einde. De zaak komt bij de rechter, waarbij de kern van het geschil is of de aansluitingsovereenkomst als  arbeidsovereenkomst moet worden gekwalificeerd. Waar het dus om gaat, is of de overeengekomen rechten en verplichtingen voldoen aan de wettelijke omschrijving van de arbeidsovereenkomst.

Arbeid

Allereerst is getoetst of sprake was van een persoonlijke verplichting tot het verrichten van arbeid. Volgens opdrachtnemer was dat het geval, aangezien hij zich niet mocht laten vervangen en de opgedragen werkzaamheden ook niet mocht weigeren. De kantonrechter meent echter dat vervanging ook niet voor de hand lag, gelet op de aard en niveau van de werkzaamheden. Dat sprake is van een verplichting tot het persoonlijk verrichten van arbeid kan duiden op het bestaan van een arbeidsovereenkomst, maar leidt – gelet op hetgeen in deze zaak over de beloning en de gezagsverhouding wordt geoordeeld – niet tot het oordeel dat er sprake is van een arbeidsovereenkomst.

Loon

Volgens de kantonrechter is er namelijk geen sprake van loon. Immers, er worden geen loonstroken opgesteld, geen loonbelasting of sociale premies afgedragen en het vakantiegeld wordt ook niet uitbetaald. Het voorgaande is een contra-indicatie dat er sprake is van een arbeidsovereenkomst, aldus de kantonrechter.

Gezagsverhouding

Tot slot ontbreekt de vereiste gezagsverhouding. Opdrachtnemer was namelijk vrij in het kiezen van zijn klanten, de wijze waarop de werkzaamheden (vakinhoudelijk) werden verricht én in de wijze waarop cliëntrelaties werden opgebouwd. Dat het bedrijf alsnog werkinhoudelijke en organisatorische instructies gaf, betekent niet (altijd) dat er sprake is van een gezagsverhouding.

Conclusie

Concluderend komt de kantonrechter, alle omstandigheden in ogenschouw genomen, tot het oordeel dat de overeenkomst tussen partijen vanwege het ontbreken van loon en de gezagsverhouding niet voldoet aan de wettelijke omschrijving van de arbeidsovereenkomst.

En nu?

Het voorgaande laat zien dat, ondanks de verduidelijking van de Hoge Raad, de discussie over de kwalificatie van een overeenkomst nog altijd actueel is. Blijf dus scherp en bij twijfel neem (vrijblijvend) contact op met één van onze arbeidsrechtspecialisten.

Vraag & antwoord

Veelgestelde vragen

Wie stelt moet bewijzen, dat is de hoofdregel van ons burgerlijk procesrecht. Maar wat nu als u een geschil heeft met een andere partij maar u uw stellingen niet (voldoende) kunt onderbouwen? U kunt dan een verzoek indienen tot het houden van een voorlopig getuigenverhoor met als doel het vergaren van extra informatie en bewijs.


Lees meer

Veel werkgevers stellen internet en e-mail aan werknemers ter beschikking. Werknemers gebruiken dat namelijk bij het verrichten van hun werkzaamheden. Soms gebruiken werknemers echter dat internet en die e-mail (tijdens werktijd) voor tal van andere activiteiten, variërend van het lezen van privé e-mail tot het bekijken van pornofilmpjes.


Lees meer

Regelmatig worden wij met de vraag geconfronteerd of een uitlener de door hem aan een ander ter beschikking gestelde werknemers, zoals uitzendkrachten of een gedetacheerde werknemers, kan verbieden om bij de inlener in dienst te treden of dat op een andere manier kan belemmeren. Wij geven antwoord.


Lees meer

Regelmatig stellen werkgevers vragen over de, sinds 1 januari 2015 geldende, aanzegverplichting. De meest gestelde vragen en de antwoorden daarop volgen hieronder.


Lees meer

Als u een geldvordering heeft op een wanbetaler, kunt u beslag laten leggen op een bankrekening. Dat kan door een advocaat te vragen om dit te doen. Alleen advocaten (en dus niet deurwaarders) mogen aan de rechtbank toestemming vragen om conservatoir beslag te leggen.


Lees meer
Lees alle FAQ's
Wij scoren gemiddeld een 8,9 op basis van 49 referenties
Wij scoren gemiddeld een 8,9 op basis van 49 referenties